Koudwatervrees voor engagement?

Er lijkt voorgoed afscheid te zijn genomen van het postmodernisme. We zijn in een nieuwe generatie beland die een einde lijkt te maken aan het relativisme en de ironie van het postmodernisme. In de kunst wordt de terugkeer van sociaal en politiek engagement herkend en termen als oprechtheid en authenticiteit spelen weer een belangrijkere rol. De auteur buigt zich in zijn literaire werk over maatschappelijke kwesties. Men denke bijvoorbeeld aan de ecologische problematiek of discussies over de culturele en nationale identiteit. Tegelijkertijd is een omgekeerde beweging zichtbaar. Auteurs richten zich niet alleen op de buitenwereld maar schrijven ook over de binnenwereld, zoals het huis en het eigene. In enkele romans worden beide tendensen met elkaar verweven.

Wanneer beide tendensen in een roman met elkaar zijn verweven, kan dit interessante reflecties bieden op de hedendaagse samenleving. Toch zorgt de mix van tendensen ook voor discussie onder critici. Op het moment dat een schrijver zich te veel richt op kwesties van het eigene, zoals de zoektocht naar identiteit, wordt deze schrijver bekritiseerd op een hang naar de ernst van het leven en het hebben van te weinig engagement. De schrijver A.H.J Dautzenberg pleit bijvoorbeeld voor engagement gericht op actuele kwesties. Hij is van mening dat Nederlandse schrijvers last hebben van koudwatervrees en dat ze om die reden zich terug trekken uit de samenleving binnen de kaften van hun boeken.[1] Dit lijkt op het pleidooi voor meer straatrumoer in de Nederlandse letteren van Ton Anbeek in 1981. Anbeek vond dat Nederlandse romans met “één zwaai de actualiteit afzworen[2] en wilde dat de Nederlandse actualiteit een centrale plek in de Nederlandse literatuur kreeg.

Schrijver en historicus Joost de Vries verwijt in zijn essay Huisgenoten (opgenomen in de bundel Vechtmemoires) de jongste generatie schrijvers van afstandelijk schrijven: “Ongeacht wat het doel van de auteur is, of de literaire merites van zijn onderneming, wat de kandidaten gemeen hebben is hun distantie. Afstand is de Grote Gelijkmaker”(213). De personages van de jongste generatie schrijvers leven volgens De Vries uitsluitend voor zichzelf. Als voorbeeld neemt hij Minnie uit De Consequenties (2014) van schrijfster Niña Weijers: “Minnie is een jonge kunstenares, wier oeuvre vooral bestaat uit verdwijnoefeningen. Ze heeft geen mening, geen ambitie, geen humor of liefde of warmte en toch is ze de meest succesvolle kunstenares van haar generatie”(212). De Vries vindt dat de lezer via de personages iets moet leren over sociale verschuivingen en dat de personages ons wijsheid moeten geven over liefde, relaties en maatschappelijke revoluties. Hij zet zich in voor literatuur die zich niet meer achter de ironie verschuilt, geen uitvluchten meer open houdt en hij pleit voor schrijvers die in hun romans laten zien waar ze voor staan.

De Nederlandse jonge schrijvers zijn volgens sommige critici dus niet genoeg maatschappelijk geëngageerd. Het valt echter op dat het begrip engagement in deze discussies te eng wordt gedefinieerd. Het gaat vaak om een vorm van maatschappijkritiek, over kwesties van normen en waarden of discussies over de politiek. Men lijkt de betrokkenheid van de schrijver tot zijn eigen thematiek te vergeten. Engagement kan ook de invulling krijgen van kleine, individualistische onderwerpen, zoals wat een huis voor iemands identiteit betekent. Bovendien is het net zo essentieel om betrokken te zijn tot intieme onderwerpen zodra men een standpunt in moet nemen over wereldse onderwerpen.

Een voorbeeld van een roman die betrokkenheid tot eigen thematiek toont is De Consequenties (2014) van Niña Weijers. Het thema van de roman is de zoektocht naar de identiteit van Minnie in haar kunst. Minnies eerste belangrijke werk is een fotoserie van al het afval dat ze de afgelopen maanden heeft geproduceerd. Onder de titel Bestaat Minnie Panis? tonen de verstilde beelden dat wat Minnie in een kort tijdsbestek aan afval heeft verzameld. Het project laat de manier zien waarop Minnie van haar eigen bestaan een constructie maakt door de grens tussen het leven en de kunst te vervagen. Op het eerste gezicht lijkt het project dus alleen te gaan over Minnies zoektocht naar identiteit in haar kunst. Immers stelt ze zelf ook dat het doen van een kunstproject zelf meer betekent dan een artistieke opzet: “Je bent wat je weggooit’ (33), realiseert ze zich, en als consequentie daarvan: “Iedere bevestiging van identiteit is ook een negatie” (33). Daarnaast lijkt Minnie zich niet eens te interesseren in haar kunstproject, althans, niet op het niveau waarop de kunstenaar wordt geacht een maatschappelijke positie in te nemen. Toch gaat het project om meer dan de identiteit en de rol van de kunstenaar. De hoeveelheid afval dat Minnie in een korte tijd fotografeert en weggooit, wordt in de roman benadrukt. Ondanks dat de verteller verder geen expliciete uitspraken over het afval maakt, wordt de lezer wel aan het denken gezet. Impliciet suggereert dit kunstproject namelijk dat onze maatschappij een wegwerpcultuur is geworden. Op het moment dat Minnie iets koopt, zoals sushi, heeft het product al geen waarde meer en is datgene wat is gekocht al tijdens het afrekenen afval geworden.

De zoektocht naar de identiteit van Minnie is ook verbonden aan andere maatschappelijke kwesties, zoals het verlangen om gezien te worden. Minnies bestaansrecht wordt gevormd door de gratie van anderen en ze heeft een succesvolle carrière door de ‘blootlegging’ van haarzelf aan de wereld. Op het moment dat een fotograaf ongemerkt foto’s van de slapende Minnie heeft gemaakt en die foto’s in de Vogue publiceert, maakt Minnie daar een eigen project van. Deze ‘vermarketing’ van Minnie is haar legitimatie voor haar identiteit als kunstenaar. Zonder die legitimatie zou “(…) het bouwwerk in elkaar storten, de kunstenaar een staatloze burger, illegaal en idioot” (24). Deze legitimatie kan ook gerelateerd worden aan problemen die in onze maatschappelijke context passen. Tegenwoordig legt een grote groep mensen hun leven vast via sociale netwerken als Facebook en Twitter. Als gevolg geven we ons gevoelsvermogen af aan de technologie en worden mensen ongelukkig “door de hele tijd andere versies van zichzelf te willen zijn” (55). We kunnen alleen bestaan “in de wetenschap dat er nog iemand achter die heuvel zit” (129), dus dat anderen ons waarnemen. Bovendien krijgen we te maken met zaken als privacy en surveillance: “Bijna niemand heeft er problemen mee zijn privéleven op internet te gooien, en niemand maakt zich druk om beveiligingscamera’s die inmiddels overal lijken te hangen” (280). We archiveren ons leven op het internet, net zoals Minnie haar baby al laat archiveren voordat het goed en wel ter wereld is gekomen.

Een andere relevante maatschappelijke kwestie die in de uitwerking van de thematiek van de roman tot uiting komt, is de tijdsbeleving van de hedendaagse mens. Onze tijdsbeleving wordt verstoord door de economie: “We leven volgens een lineair en uiterst neoliberaal begrip van tijd, waarbij de enige mogelijkheid progressie lijkt te zijn. Het grote probleem van dit progressiedenken is dat er onherroepelijk een moment aanbreekt waarop de vooruitgang stagneert. Mensen worden ziek, samenlevingen worden ziek, het systeem crasht. Het verband tussen dergelijke ‘welvaartsziekten’ en onze hedendaagse, uitermate kunstmatige tijdsbeleving is evident” (88). Daarnaast wordt de tijd fundamenteel anders beleefd en is er geen gevoel van continuïteit meer in ons leven. Het gaat dus om het onvermogen van de mens om tijdsbeleving te synchroniseren met de werkelijkheid: “Er was een toen en er was een nu, maar tussen beide bestond niet zoiets als een verbindende route” (94). In de roman komt deze verstoorde tijdsbeleving tot uitdrukking in Minnies zoektocht naar identiteit: “Hoe kregen ze het in godsnaam voor elkaar zichzelf al die tijd als één persoon te beschouwen, die ondanks decennia van groei, aftakeling, min of meer hetzelfde bleef?”(95). Minnie voelt zich bijvoorbeeld niet dezelfde persoon als het kleine meisje op de foto’s uit het verleden en ze ervaart dus meerdere identiteiten door de jaren heen.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden uit de roman die aantonen dat de zoektocht naar de identiteit van Minnie ook maatschappelijke relevantie heeft. In de zoektocht komen een aantal vraagstukken aan de orde die geplaatst kunnen worden in de hedendaagse maatschappij, zoals kwesties over privacy en de verstoorde tijdsbeleving. Deze motieven zijn een belangrijk onderdeel van Weijers thematiek en maken de zoektocht naar Minnies identiteit maatschappelijk betrokken. De roman van Weijers is dus niet losgezongen van de buitenwereld en ze heeft ook geen last van koudwatervrees voor engagement. Bovendien hoeft een geëngageerde schrijver niet te ‘schreeuwen’ om meer aandacht voor maatschappelijke en politieke kwesties. Een oplettende lezer merkt de betrokkenheid van een schrijver op in de toewijding aan én uitwerking van de thematiek in een roman. Een schrijver is vrij om te kiezen op welke manier betrokkenheid tot maatschappelijke kwesties aan de lezer wordt overgebracht.

Bronnen

[1] Dautzenberg, A.H.J. (2015). Vuur! Atlas Contact. Amsterdam.

[2] Anbeek, T. (1981). Aanval en afstandelijkheid: een vergelijking tussen Nederlandse en Amerikaanse romans. In: De Gids, p. 74.

De Vries, J. ( 2014). Huisgenoten. In: De Groene Amsterdammer, 15/10/2014

Weijers, N. (2014). De Consequenties. Amsterdam: Atlas.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s