Reacties van schrijvers op het emotionele betoog van Jan Terlouw

De auteur Jan Terlouw (1931), jeugdheld voor velen, riep in een emotioneel pleidooi op om aan de toekomst te denken. In De Wereld Draait door hield hij een betoog tegen de opwarming van de aarde en voor het herstel van het vertrouwen tussen politici en de burger. Terlouw besluit met een wens voor de jeugd: ‘Ik heb een prachtig leven gehad, ik wil dat jullie ’t ook hebben’.

Terlouws pleidooi was een succes in de media. Hij werd geprezen omdat hij ‘gewoon zei wat hij nodig vond om te zeggen’ en hij kwam dus eerlijk uit voor zijn mening. Ook verschillende schrijvers reageerde op het pleidooi van hun collega Terlouw:

Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Ik wantrouw vertrouwen’. 

“Nu wil ik niet onmiddellijk het verjaardagsfeestje van Jan Terlouw verpesten en ik zal de eerste zijn om zijn pleidooi voor lieve mensen die bij elkaar naar binnen lopen te omarmen, maar ik wantrouw vertrouwen. Meer dan dat wantrouw ik nostalgie. Ik denk dat Terlouws analyse van de oorzaken van de opkomst van het populisme en het fascisme in Europa en Amerika te simpel is”.

De schrijver en dichter Ilja Leonard Pfeiffer (1968) schrijft in zijn column Nostalgie dat het verlangen naar het verleden een “drijvend sentiment achter het populistische fascisme” is. Terlouws wens om het vertrouwen te herstellen is volgens Pfeiffer juist het winnende discours achter Brexit en de zege van Trump. Ook de politicus Geert Wilders drijft volgens hem op de nostalgische mythe: “Die touwtjes uit de brievenbussen wil Wilders ook terug. Maar daarvoor moeten we wel eerst alle moslims het land uitzetten“.

Pfeiffer meent dat wantrouwen niet perse slecht is en dat wantrouwen jegens politici zelfs van levensbelang is. Ook het eigenbelang is niet per se een kwalijke drijfveer in de politiek: “als dat maar goed wordt begrepen als het streven naar collectieve verbetering op lange termijn. En daar schort het aan. Het probleem is niet dat kiezers op Trump of Wilders stemmen uit eigenbelang, maar dat zij hun eigen belangen niet goed begrijpen“.

Het probleem van de samenleving en deze tijden is volgens Pfeiffer dan ook ontwetendheid: “Mensen kunnen niet met internet omgaan. Ze googlen alleen wat hun ideeën bevestigt. Kiezers denken dat de aarde plat is omdat de Flat Earth Society op internet volhoudt dat het idee dat de aarde rond is een complot is van de elite. Zij wantrouwen de feiten in plaats van hun regering“.

Jonathan van het Reve: ‘Wie durft als eerste een touwtje uit de brievenbus te hangen?’ 

“De vraag is nu wie als eerste een touwtje uit de brievenbus durft te hangen. Vroeger, toen je nog gewoon mocht roken, las ik een cartoon op de binnenkant van een pakje Rizla. Er stond een file, maar één mannetje had de oplossing. Hij stak zijn hoofd uit het raam en schreeuwde: ‘File? Niks file. Ik tel tot drie, en dan gaan we allemaal tegelijk 160 rijden!’ Destijds lachten we daar om, maar vandaag zou dat mannetje dus 23 seconden applaus krijgen”.

Schrijver Jonathan van het Reve (1983) begint zijn column met de benadrukking dat het applaus voor Terlouw in De Wereld Draait Door maar liefst 23 seconden duurde en dat de schrijver iets heeft losgemaakt in de samenleving. Toch is de toon van zijn column kritisch, want ‘hoe kun je nou serieus pleiten voor een terugkeer van het onderlinge vertrouwen zonder te zeggen waardoor dat vertrouwen is verdwenen?’ Het wantrouwen van mensen is niet de reden dat men de deur op slot doen, maar dat zijn de overvallers en de inbrekers. Mensen voelen zich dus niet meer veilig.

Dat we volgens Terlouw elkaar vroeger wel konden vertrouwen, valt bij Van het Reve in het verkeerde keelgat. Volgens hem neemt Terlouw het echte probleem niet serieus: “Ik weet niet wat de definitie van populisme is, maar Terlouw leunt dus sterk op nostalgie, noemt politici onbetrouwbaar, geeft een simpele vijand – namelijk wantrouwen – de schuld van alles en ontkent dat het klimaat een serieus probleem is“.

James Worthy: ‘De traan van een oudere doet je beseffen dat er meer is in het leven dan leven alleen’.

“Woensdagavond kon de televisiekijker, als de ziel al niet al te bewolkt was, een aantal volle tranen zien. Jan Terlouw sprak het land toe. Hij was de voice-over van zijn eigen dagdroom. Terlouw hing als een regenboog met grijs haar boven het land waar het haat en afgunst regent”.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. In zijn recente column Terlouw hing als een regenboog met grijs haar boven het land focust hij niet zozeer op de inhoud van Terlouws pleidooi, maar op het moment erna: “De toespraak begon pas echt toen deze was afgelopen. De ogen werden zo waterig dat de pupillen op twee muntjes in een wensvijver leken. Maar de tranen rolden niet, nee, ze wilden bij het baasje blijven. Alsof ze pleinvrees hadden“.

De tranen waren geen gewone tranen die voortkomen uit het besef iets goeds te hebben gedaan. Terlouw huilde ook niet omdat hij pijn of spijt had. De tranen kwamen volgens Worthy ergens anders vandaan: “Hij gunde de jeugd een prachtig leven. Een leven zoals het zijne. Maar in zijn gunnen aan anderen zat ook het misgunnen aan hemzelf. En daar kwamen de tranen vandaan. Hij keek naar de toekomst en vroeg zichzelf af of hij nog wel recht op zijn verleden had“.

De enige vraag die ons kan redden is volgens Worthy: Waarom ik wel? Waarom heb ik wel recht op dingen? Iedereen kan een ander iets gunnen, dat is makkelijk, maar bijna niemand kan zichzelf iets misgunnen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s