Zijn we gereduceerd?

In De bezinning wordt onder andere nagedacht over de (veranderende) rol van literatuur en de rol die een schrijver in het publieke debat kan nemen. Een groot aantal literaire auteurs voelt zich geroepen om een kritische houding aan te nemen in debatten over politieke en sociale issues, bijvoorbeeld in de vorm van een column, blog of opiniestuk. Schrijvers zijn in staat om te observeren, te onderscheiden, veranderingen te zien en met argumenten te komen. In deze aflevering staat de Joods-Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer (1977) centraal en zijn opiniestuk in de NRC over de gevolgen van een schermverslaving.

Foer is bij lezers bekend geworden door de zeer succesvolle en bekroonde romans Extreem luid & ongelooflijk dichtbij (2005) en Alles is verlicht (2012). Dit jaar verscheen zijn nieuwste roman Hier ben ik over een man die langzaam zijn gezin kwijtraakt. Daarnaast is Foer bekend van zijn non-fictieboek Dieren eten dat gaat over ons eetgedrag en waarom mensen dieren eten. Het werk van Foer is in verschillende talen vertaald en heeft altijd opgeroepen tot veel debat. Zijn non-fictie boek laaide de discussie op of vlees eten ethisch wel of niet kan en zijn nieuwe roman laat de lezer nadenken over het begrip ´thuis´ en de fundamentele vraag hoeveel een leven kan verdragen.

In zijn opiniestuk We geven informatie door in plaats van menselijkheid in de NRC maakt Foer zich zorgen dat smartphones en het internet het leven op subtiele manieren eenzijdig hebben gemaakt, snelle bevrediging geven in plaats van diepe, voor afleiding zorgen, slecht zijn voor de concentratie en mensen te vaak naar een plek brengen waar ze niet willen zijn. Met name het afgeleid worden brengt een probleem met zich mee, want het brein heeft tijd nodig om de psychologische en morele dimensies van een situatie te overzien:

“Hoe meer we afgeleid worden, hoe meer we de nadruk leggen op snelheid ten koste van diepgang – een ‘tekst’ wordt steeds meer een tekstbericht, een rijtje woorden en wat emoticons op het scherm van een telefoon, en steeds minder de honderden pagina’s van een roman – en hoe minder waarschijnlijk het wordt dat iets ons echt raakt. Dat is niet eens een mededeling over de relatieve waarde van een roman versus die van een tekstbericht, alleen over de tijd die we aan beide besteden”.

 Als gevolg worden onze contacten met de buitenwereld, met de mensen om wie we geven en met onszelf dus steeds minder. Ook voor het lezen van een roman geldt dat je je helemaal aan dat boek moet wijden om het verhaal goed te kunnen begrijpen. Foer benadrukt de kracht van de roman om empathie op te roepen: ‘Romans brengen ‘de ander’ dichterbij, eisen van de lezer dat die zijn eigen perspectieven overstijgt, maar is dat alles niet gewoon aandacht, een daad van vrijgevigheid? Vrijgevig voor onszelf?’ 

Foer legt verder uit dat technologieën naast effectieve, technische doeleinden ook affectief zijn. ´Ik hou van je´ heeft aan de telefoon namelijk een ander effect dan in een handgeschreven brief of in een sms. De stem heeft invloed op de woorden net zoals het lettertype dat de telefoon heeft. De hoorn van de traditionele telefoon is ontworpen door mensen die in functionele termen dachten, terwijl de telefoon tegenwoordig is gemaakt door marketeers die weten welk gevoel de kopers krijgen bij een bepaalde kleur, vorm, helderheid, gewicht, grootte etc. Technologie wordt dus altijd afgestemd op bepaalde affecties, legt Foer uit, en wij worden daardoor ook beïnvloed: ‘Wij vergeten dat, ten koste van degenen die we zijn’.

Daarnaast zijn uitvindingen, zoals online communicatie en Whatsapp, niet gedaan om de rechtstreekse en persoonlijke communicatie te vergemakkelijken, maar om die in een acceptabele, maar gereduceerde vorm te vervangen. En om het nog erger te maken: wij gaven de voorkeur aan die gereduceerde middelen, omdat het minder moeite kost om bijvoorbeeld een mailtje te sturen dan op bezoek te gaan. Om snel informatie door te geven, gaan we het persoonlijke contact dus uit de weg en geven we geen menselijkheid meer door.

“Het probleem met het accepteren – het prefereren – van mindere substituten is dat we na verloop van tijd zelf gereduceerde substituten worden. Mensen die eraan gewend raken weinig te zeggen raken er ook aan gewend weinig te voelen. Of alleen te voelen wat door anderen wordt bedacht en hun wordt opgedrongen”.

Foer is dus van mening dat technologie, in de gedaante waarin het ons dagelijks leven is binnengedrongen, ons heeft gereduceerd. Hij waarschuwt dat het wellicht ook erger kan worden met nieuwe technologische ontwikkelingen en dat het met elke generatie lastiger wordt om een toekomst voor te stellen die op het heden lijkt:”Ik ben bang dat hoe dichter de wereld zich bij onze vingertoppen bevindt, hoe verder die verwijderd raakt van ons hart. Het is geen kwestie van en/of – ‘antitechnologie’ zijn is misschien nog wel dommer dan onvoorwaardelijk ‘pro-technologie’ zijn – het is een kwestie van balans vinden. Daar hangen onze levens vanaf“.

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s