Moeten schrijvers ingrijpen?

In De bezinning wordt nagedacht over de (veranderende) rol van literatuur. Wat zijn de manieren waarop literatuur een creatief antwoord biedt op de wereld waarin het is geschreven en gelezen? Hoe werkt literatuur als bron om de wereld beter te begrijpen en welke rol speelt de auteur daarin? In deze aflevering laten we muzikant, journalist en schrijfster Aafke Romeijn aan het woord. In een gastcolumn voor de Volkskrant schrijft Romeijn dat schrijvers moeten stoppen met de decadente wegkijkerij. Ze kreeg verschillende reacties, waaronder die van schrijver, journalist en recensent Enno de Witt.

Aafke Romeijn (1986) is muzikant, journalist en schrijfster. In 2017 wordt haar eerste roman Concept M uitgegeven bij De Arbeidspers. Het wordt een speculatieve roman die speelt in 2020, in een Nederland waar een aantal zaken grondig anders zijn gelopen dan in het land waar we zelf in wonen. Een roman over politiek, terreur, belangenverstrengeling, akelige ziektes en het verhaal van een meisje dat langzaam radicaliseert.

In haar gastcolumn Schrijvers, stop met decadente wegkijkerij in de Volkskrant schrijft Romeijn dat het schrijvers zou sieren als ze een poging deden om in te grijpen in hun omgeving. Mochten schrijvers hun werk niet willen in zetten om de actualiteit te bespiegelen, moeten zij op z’n minst in andere publieke optredens hun stem laten horen.Schrijvers kunnen volgens Romeijn bijvoorbeeld reageren op het ‘oprukkende fascisme’. Ze legt uit dat moslims door sommige mensen als een gevaar voor onze samenleving worden gezien en ze wijst op de groei van de PVV: ‘PVV-stemmers ‘verdiepen’ zich in de islam, en kwamen tot de conclusie dat ze te maken hadden met het absolute Kwaad. Wanneer dit sentiment je niet op z’n minst vagelijk doet denken aan het discours dat in de jaren ’30 bij onze oosterburen gangbaar was, dan steek je je kop in het zand‘.

In de media gaat het alleen nog maar over de oprukkende islam en het oprukkende nieuw-rechts, maar schrijvers houden zich volgens Romeijn stelselmatig afzijdig. Schrijvers van haar generatie hebben het alleen maar over twintigers die ronddolen en op zoek zijn naar zichzelf:

“Ik kijk al enige tijd met verbazing naar de literaire ondernemingen van de millennials om mij heen [..] De romans leren ons – een enkele uitzondering daargelaten – weinig tot niets over (liefdes)relaties, laat staan over de verhouding tussen individu en omgeving, of – politieker gesteld – tussen burger en maatschappij”. 

Romeijn verwijst in haar column naar auteurs in ons verleden die niet alleen schreven over de maatschappij, maar ook ingrepen. Menno ter Braak bijvoorbeeld, die vriendschappen sloot met in de jaren ’30 gevluchte Duitse schrijvers, maar diezelfde schrijvers ook bekritiseerde op escapisme. Vandaag de dag is er volgens Romeijn genoeg ruimte in de publieke ruimte om, net zoals Ter Braak, verantwoordelijkheid te nemen en in te grijpen: ‘Het stemt me treurig wanneer ik de zoveelste debutant van rond de dertig zie aanschuiven bij VPRO’s Boeken om het te hebben over de keuzestress die ten grondslag ligt aan de depressie van zijn of haar hoofdpersoon. Het is decadente wegkijkerij, waarmee kostbare tijd en – belangrijker nog – woorden worden verspild. Je wil niet de schrijver zijn die in 1933 een novelle schreef over of z’n haar wel goed zat‘.

Het zelfgenoegzame engagement van Aafke Romeijn

Enno de Witt (1960) werkte als copywriter, journalist, redacteur en recensent.Hij heeft een aantal boeken op zijn naam staan en helpt mensen met schrijfambities. Op de literaire weblog van Tzum  reageerde hij op de gastcolumn van Romeijn. De Witt is blij dat Romeijn heeft onderzocht dat gevoel en irrationaliteit mensen drijft tot een stem op de PVV. De vraag is echter of dat erg is en zo ja, wat we daar dan aan zouden kunnen doen.

De antwoorden op deze vragen mist De Witt in de column van Romeijn. Ze spoort aan tot actie, vooral bij schrijvers van haar generatie, en ze wil dat deze schrijvers verantwoordelijkheid nemen in het publieke debat: “Haar punt is duidelijk: een schrijver mag misschien nog net schrijven wat hij wil, als hij maar weet dat wanneer hij dat niet op de juiste wijze doet, oorlog en Holocaust weer een stap dichterbij zijn gekomen. Boete kan worden gedaan door in een VPRO-programma in te grijpen in de wereld“.

De Witt benadrukt verder dat geëngageerd schrijven en handelen al veel vaker is gedaan en dat het niet altijd heeft geholpen: ‘Je zou dan denken: verzin wat anders, iets wat wel werkt, maar dat doet Romeijn niet, en dat is jammer‘. De Witt is ook van mening dat het soort engagement waarvoor Romeijn pleit niet gaat werken. Dit komt omdat ze veronderstelt dat alle schrijvers haar wereldbeeld delen: ‘tot haar grote schrik ontdekt ze dat schrijvers net gewone mensen zijn, met allemaal verschillende opvattingen over van alles en nog wat en met net zoveel maatschappelijke verantwoordelijkheid als ieder ander‘.

Tenslotte wordt Romeijn bekritiseert op haar wens dat de juiste opinies worden verspreid, dat personages in romans niet depressief zijn, maar dat ze het door haar waargenomen oprukkende fascisme te lijf gaan:

“Mocht dat gebeuren, dan bereikt ze daarmee exact het tegenovergestelde van wat ze beoogt. Net als in de jaren dertig zal blijken dat een zelfgenoegzame, zichzelf met de eigen voortreffelijkheid feliciterende elite die alles beter weet dan de rest een papieren tijger is, ijle rook die de tijdgeest moeiteloos wegblaast zo gauw het VPRO-reservaat verlaten wordt”.

Wat vind jij? Moeten schrijvers ingrijpen in het publieke debat of mogen ze zich afzijdig houden?

Reacties

One comment on “Moeten schrijvers ingrijpen?”
  1. Blauwkruikje schreef:

    Ik denk dat de sterkste sociaal geëngageerde literatuur spontaan uit de ervaringen van de auteur voortvloeien. Denk maar even aan Bertold Brecht of Primo Levi of aan Edward Douwes Dekker in ‘Max Havelaar’. Hun engagement was gewoon sterken dan henzelf door wat ze ervoeren. Een sociaal geëngageerde auteur zal sociale thema’s aansnijden omdat hij sociaal sensibel is.
    Anderzijds is er ook het andere dan inhoudelijke engagement waarbij de auteur wil vernieuwen en daarom bewust ingrijpt in de vormentaal van zijn werk vb. Ivo Michiels’ ‘Het boek alfa’ al kan de beslissing om dat te doen ook gegroeid zijn vanuit een sociaal-kritische gevoel. Ik geloof dat ze niet zo scherp te scheiden zijn en dat het in dat verband ook niet om moeten gaat als de auteur authentiek wil overkomen.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s