Hoe fictie werkt: het zoeken naar details

James Wood (1965) is hoogleraar moderne literatuur aan Harvard en criticus van het tijdschrift The New Yorker. Hij schreef in zijn essay Hoe fictie werkt (2008) over zijn liefde voor stijl en de manieren waarop je een tekst tot leven kan brengen. In een interview met schrijver en journalist Joost de Vries (1983) praat hij over de geheime doelen van literatuur. Volgens De Vries staat James Wood nadrukkelijk voor een bepaald soort literatuur. Hij heeft niets met romans die een moreel dilemma van onze tijd doorgronden, zoals het werk van Ian McEwan. De beste romans zijn volgens Wood ook niet verhalen met ‘bonte personages, bizarre zijplotjes en vergezochte informatie‘ die je niets over het leven leren, zoals de romans van schrijfster Zadie Smith. Wood prefereert schrijvers als Alan Hollinghurst die je een binnenwereld van een personages in trekken en je door hun ogen opnieuw naar de wereld laten kijken.

De Vries is een fan van het werk van Wood en vindt dat zijn werk steeds herkenbaarder wordt. In zijn recensies:

“toont hij een niet te ontkennen obsessie voor stijl – voor de metaforen en adjectieven die nieuw licht werpen op een bekend beeld. Hij zoekt steeds naar het unieke detail, de kleine opmerking die een tekst tot leven brengt [..] James Wood zoekt vaak naar een stijlmiddel dat niet alleen een middel is maar een doel op zichzelf.  Het zijn de eigenschappen die loskomen van het verhaal. Het is zoiets als het verschil tussen zeggen ‘Het bos is groot’ en ‘De grootsheid van het bos’. In het eerste geval zegt groot alleen iets over het bos, in het tweede is groot iets wat op zichzelf staat, wat zonder het bos ook iets is”.

In Hoe fictie werkt geeft James Wood voorbeelden van details die fictie tot leven doen komen, relevant en essentieel maken. De romans van Knausgård bevatten bijvoorbeeld details die volgens Wood de roman overstijgen: “Wanneer Knausgård zijn jeugd beschrijft voelt het heel erg of hij mijn jeugd beschrijft. Hij heeft het over een verlies van betekenis die details in je jeugd hadden. Een bepaalde boom in het bos die alleen van jou was [..] hoe je je ei ’s ochtends gekookt wilde – van die details die als je klein bent heel belangrijk voor je zijn op een manier waarop ze dat niet meer zijn als je ouder bent“. Details functioneren dus niet alleen als ondersteuning, maar ze maken het verhaal juist bijzonder. Dit is de reden dat de focus in de recensies van Wood altijd meer op de details van het verhaal ligt dan op het verhaal zelf. Volgens hem hebben details een bepaalde functie, of zelfs een geheim doel om het leven beter te maken en te tonen hoe het leven werkt:

“Ik geloof niet dat als je iemand maar een roman in zijn hand drukt, die persoon dan auto­matisch een beter mens wordt. Maar ik vind mezelf niet iemand die veel ziet. En dan heb ik het niet over het zien van de natuurlijke wereld, of over de wereld van plaatsen en gebouwen – maar over het zien van menselijk contact. We zijn doorgaans blind voor de stromingen en tegen­stromingen die zich onder de oppervlakte van onze levens voltrekken. Zien wat mensen van elkaar willen, en hoe ze het krijgen, is moeilijk. Hun strategieën, hun bewegingen, in feite hoe het leven werkt”. 

Wood voelt dan ook weinig voor romans die het menselijke contact ontwijken en zich verschuilen achter ironie, zoals postmoderne schrijvers. Voor elke gedachte hebben postmodernisten namelijk een tweede gedachte die de eerste gedachte veroordeelt. Daarnaast belemmert hun zelfbewustzijn de overgave die in een verhaal zeer belangrijk is. Veel hedendaagse schrijvers, zoals Dave Eggers, verschuilen zich volgens Wood achter dit verlammende zelfbewustzijn, maar ze zijn zich daar wel degelijk van bewust. Ze proberen ook los te raken uit dit bewustzijn: ‘ze zoeken naar een manier om het gegeven te overstijgen dat de roman alleen om trucs draait [..] en ze proberen door het contemporaine scepticisme en sarcasme heen te breken met een soort radicale onschuld‘. Deze onschuld bestaat uit overgave aan emoties, ervaringen en mensen. Zodra literatuur zich niet inhoudt en de schrijver zich realiseert dat een roman niet alleen om trucs draait, dan wordt de lezer pas in de binnenwereld van een personage getrokken en kijk je door hun ogen opnieuw naar de wereld.

 

Reacties

One comment on “Hoe fictie werkt: het zoeken naar details”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s