De verwerking van de realiteit.

Harry Mulisch en De Zaak 40/61. Een reportage.

In de jaren zestig richtte schrijver Harry Mulisch zich steeds meer op het schrijven van politiek aangezette non-fictie. De schrijver behandelde in zijn werk dus vaker belangrijke (wereldse) kwesties. Een veel besproken gebeurtenis in de jaren zestig was het proces van de oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann. Hij was een Duits SS-functionaris en een van de hoofdverantwoordelijken voor de massamoord op de Joden. In 1960 werd Eichmann ontvoerd uit Argentinië en het proces tegen hem begon een jaar later. Voor het weekblad Elsevier reisde Mulisch naar Jeruzalem om als journalist tijdens het proces aanwezig te zijn en er verslag van te doen. De Zaak 60/41 is het weekbladreportage die Mulisch na het proces heeft geschreven.

Het boek is verdeeld in veertien hoofdstukken waarbij Mulisch begint met beroemde historische processen tegen bijvoorbeeld Socrates en Jeanne d’Arc. Het bijzondere aan Eichmanns proces was echter dat hij op geen enkele sympathie mocht rekenen. Hij werd bij voorbaat al als monster beschouwd. Eichmann werd ervan beschuldigd dat hij als enige de schuld was van de zes miljoen doden. Mulisch verwierp deze gedachte en beschouwde Eichmann als slechts een onmisbare schakel in het hele proces. Eichmann had een eed van trouw gezworen aan zijn machthebbers, maar zat enkel tussen de daadwerkelijke uitvoerders in de concentratiekampen, Göring en natuurlijk Hitler. Eichmann was alleen verantwoordelijk voor de transport van 5 miljoen van de 6 miljoen omgekomen joden, maar hij had niemand met zijn eigen handen gedood.

Waarom voelde Mulisch zich betrokken tot dit proces? Dat had alles te maken met zijn persoonlijke achtergrond. Mulisch was namelijk de zoon van een Oostenrijks-Hongaarse vader die collaboreerde tijdens de Tweede Wereldoorlog en zijn moeder was een Duits-joodse vrouw. Zijn vader zorgde ervoor dat zowel Mulisch als zijn moeder werden gespaard van de Holocaust. Mulisch groeide dus op tijdens de Tweede Wereldoorlog en dit had een sterke invloed op zijn schrijverschap. Hem ging de zes miljoen vermoorde joden persoonlijk aan.

Volgens Kees Fens (1929) gaf Mulisch het boek de kwalificatie van een reportage. Deze benaming, die ook in de titel staat, doet echter geen recht aan het boek. Een reportage veronderstelt immers een opsomming van feiten, zonder te veel persoonlijke ervaringen. Daarentegen is Mulisch’ boek wel degelijk een verslag van persoonlijke ervaringen. Fens benadert het boek dan ook anders: het is volgens hem een verslag van de schrijver die een poging doet tot doorzicht en bewustwording. Eichmann wordt door Mulisch niet beschreven als een monster, maar als een fenomeen waarin de wereld van Mulisch en zijn lezers, de wereld van nu, deel van uitmaken (Fens, 1962). Mulisch geeft dus niet alleen verslag van het proces, maar beleeft het vanuit zijn eigen positie als schrijver.

De suggestie is dus dat Mulisch het proces benaderde als een schrijver, maar hoe is dit te zien? Als we de structuur van het boek bekijken, zien we dat het is verdeeld in 14 hoofdstukken, die chronologisch verlopen van maart 1961 tot en met september 1961. Enerzijds, is het boek verdeeld in reportages die lijken op een dagboek. Deze delen bestaan uit veel feitelijke informatie, maar Mulisch heeft ook regelmatig een persoonlijke inzet. Hij vertelt tot in de details wat voor gevoelens hij heeft voor en tijdens zijn reis naar Jeruzalem, zoals: ‘De vervreemding is totaal, wanneer ik op het vliegveld sta. Voor het eerst buiten Europa!’ (17-18). Anderzijds, bestaat het boek grotendeels uit beschouwingen. Het verhaal is dus niet alleen een weergave van wat er is gebeurd, maar tegelijkertijd ook een verwerking van de schrijver.

Dit blijkt ook al uit het voorwoord waarin de schrijver de titel van het boek verklaart. ’40/61’ is het nummer van de zaak Eichmann op de rol der arrondissementsrechtbank te Jeruzalem (Mulisch, 1962). Direct daarna meldt de schrijver echter:

 ‘Wat hier onder dit nummer dient, is het verslag van een ervaring. Een ervaring is iets anders dan een gedachtegang: zij verandert. Aan het eind er van staat iemand anders, voor een deel ook met andere gedachten, dan aan het begin. [..] Het moest geen boek over Eichmann worden, maar de dubbele reportage blijven, die van meet af aan bedoeld werd (2).

De titel verwijst dus ook naar een verslag van een persoonlijke ervaring. Mulisch behandelde de zaak van Eichmann namelijk identiek aan de manier waarop Eichmann omging met de Joden. Zij waren voor Eichmann een nummer in een ‘machineproces’: iedereen die werd getransporteerd naar de kampen kreeg een nummer. Mulisch beschildert Eichmann halverwege het boek ook als een machine die is verwekt. De titel functioneert dus als een vergelijking met hoe Eichmann was: onpersoonlijk en mechanisch.

Het eerste hoofdstuk, Het vonnis en de executie, is een belangrijk deel van het boek. Het was al duidelijk dat Eichmann een proces kreeg, maar dat hij een executie zou krijgen, was nog niet beslist op het moment dat Mulisch het boek schreef. De schrijver ging er dus al vanuit dat Eichmann zou worden geëxecuteerd. Op deze manier verwerkt Mulisch zijn verwachtingen. Het hoofdstuk functioneert dus als een confrontatie met de belevenis van het proces. Een ander voorbeeld:

 ‘Niet alleen wist Eichmann niet wat hij deed, toen hij zijn slachtoffers bij honderdduizenden naar de gaskamers transporteerde, hij wist in zekere zin niet, dat hij iets deed’ (3-4).

Deze passage wijst wederom naar de gedachten die Mulisch heeft over Eichmann. De schrijver geeft namelijk een oordeel over de daden van Eichmann. Mulisch zet deze werkwijze gedurende het hele boek door.

Wanneer Mulisch op zoek gaat naar beelden van het nazidom, neemt hij zijn taak als schrijver serieus. Tot zijn eigen schrik zijn er maar weinig tot geen beelden over en van Eichmann. Mulisch concludeert daaruit dat Eichmann niet het beeld van de oorlog was, maar de reden dat mensen schreven (Corduwener, 2014). Mulisch beschrijft Eichmann daarna niet als monster van het kwaad, maar symboliseert hem als de vooruitgang van de techniek. Men ziet op deze momenten in het boek de romanschrijver aan het werk: een gedetailleerde beschrijving van zijn personage (met het zoeken naar beelden), het symboliseren van zijn personage (als vooruitgang van de techniek en niet als monster) en Mulisch functioneert tegelijkertijd als verteller van het verhaal van zijn personage. Bovendien heeft Mulisch alle Duitse uitspraken niet vertaald voor de lezer. De reden is wellicht dat een vertaling de woorden van de schrijver aantasten en dat de boodschap en het beeld na een vertaling niet meer goed overkomen. In het de oorspronkelijke taal, het Duits, blijven de woorden origineel en blijft de symboliek dus levend.

Deze voorbeelden tonen dat Harry Mulisch het proces van Eichmann benaderde als een schrijver en niet als historicus of journalist zoals de titel wellicht doet denken. Mulisch combineert een scherp waarnemingsvermogen met zijn kwaliteiten als schrijver. Hij toont dat hij een dosis werkelijkheid aan kan, de werkelijkheid niet ontvlucht als romanschrijver, maar deze juist met zijn taalgebruik benadrukt en daardoor tot inzicht kan leiden. Dit doet hij niet alleen om persoonlijke redenen, maar ook voor zijn lezers. Het belang van het boek is dat het proces werd doorleefd, doordacht en is geschreven door een schrijver die namens allen een verslag deed van een zeer beladen kwestie.

Literatuurlijst

Bron foto: Adolf Eichmann Engineer of Death By Ruth Sachs; History of the SS By G. S. Graber; Eichmann in Jerusalem: A Report on the Banality of Evil By Hannah Arendt; Genocide: An Anthropological Reader By Alexander Laban Hinton;

Corduwener, P. (2014). Eichmann is My Father: Harry Mulisch, The Eichmann Trial and the Question of Guilt. Journal of War & Culture, Vol 7, No 2.

Fens, K. (1962, april 21). Eichmann als symbool voor vooruitgang. De zaak 40/61 van Harry Mulisch. Mechanisch of Angstig? De Maasbode.

Gomberts, H. (1976). ,,Harry Mulisch” gevecht met Eichmann. In J. Brouwers, Informatie over leven en werk van Harry Mulisch (pp. 42-44). Brussel & Den Haag: Manteau.

Mulisch, H. (1961). De zaak 40/61. Een reportage. Amsterdam: De Bezige Bij.

Verougstraete, B. (2008-2009). Fictionalisering van de werkelijkheid. In het werk van Mulisch en A.F.TH van der Heijden. Universiteit Gent.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s