De roman als platform voor de uitwisseling van ideeën.

De Russische Revolutie (1917) was een omwenteling in het Keizerrijk Rusland tijdens de eerste jaren van de twintigste eeuw. Sjeng Scheijen, Slavist verbonden aan Universiteit Leiden, bespreekt regelmatig vertaalde Russische literatuur in De Volkskrant en noemt de Russische Revolutie het bronconflict van de twintigste eeuw. In het artikel Een literaire reconstructie van de Russische Revolutie neemt hij ons mee door de ontwikkeling van dit belangrijke conflict. Vanaf de eerste jaren van de twintigste eeuw woedde een intense revolutionaire strijd die uitgevochten werd door terroristen en geheime diensten, legt Scheijen uit. Op ideologisch vlak vochten de politieke radicalen en reactionairen met elkaar. Scheijen is van mening dat geen enkel land al in zo’n verwarring zat voordat de Eerste Wereldoorlog was begonnen. De gehele situatie en het geradicaliseerde politieke debat in Rusland had een sterke invloed op het ontbranden van de Eerste Wereldoorlog. Zoals algemeen bekend verloor Rusland deze oorlog en Lenin greep daarbij zijn kans. Scheijen meent dat Lenin de meest effectieve en cynische politicus in de twintigste eeuw was. Tijdens zijn jaren als bevelhebber veranderde de politieke balans in de hele wereld en dit leidde volgens Scheijen tot het ontstaan van een supermacht die meer dan zeventig jaar een groot deel van de wereld onder controle had.

‘Door toedoen van de censuur werd in het prerevolutionaire, negentiende-eeuwse Rusland de roman het platform voor de uitwisseling van ideeën’.

In het artikel in De Volkskrant doet Scheijen een poging om het ontstaan van de revolutionaire mentaliteit via de literatuur uit die tijd te reconstrueren. Om te kunnen begrijpen waar de massale bereidheid was om de hele bestaande orde te verpletteren, moeten we volgens Scheijen terug naar de jaren zestig van de negentiende eeuw. Tijdens deze jaren ontstonden namelijk de moderne revolutionaire bewegingen in Rusland. Maar waarom moeten we deze reconstructie via de literatuur maken? Dit komt omdat het revolutionaire voelen en denken in de Russische romans werd weerspiegeld. Bovendien speelde de literatuur zelf ook een actieve rol in het ontstaan van deze revolutionaire gedachten en gevoelens. Scheijen legt uit dat dit niet zozeer kwam doordat er veel goede Russische schrijvers waren, maar vooral omdat de censuur geen mogelijkheid bood tot vrije uitwisselingen van bijvoorbeeld ideeën of deelname aan het politieke debat:

“In de romanwereld vond die uitwisseling tot op zekere hoogte wel plaats, onder andere doordat schrijvers zich konden verschuilen achter hun personages. En dus werd de roman het ultieme platform voor de ontwikkeling en uitwisseling van ideeën – een rol die de roman nergens anders in Europa in die mate heeft vervuld”.

De politieke lading in Russische romans uit die tijd lag niet altijd voor de hand, legt Scheijen uit. Soms lijkt er zelfs weinig politieks aan. De poëzie van Alexander Poesjkin gaat bijvoorbeeld over liefde, seks en vriendschap, maar hij werd toch voor langere periodes verbannen. Ook Ivan Toergenjev kwam vaak in aanraking met de politie: ‘Dat gebeurde voor het eerst toen hij een necrologie schreef over Nikolaj Gogol, de schrijver van de onvergetelijke satire Dode Zielen – waarin de corruptie van de provinciale bureaucratie wordt geridiculiseerd‘. Als gevolg werd de publicatie van deze roman verboden. Toen Toergenjev toch probeerde om in een tijdschrift te publiceren, was de maat vol en kreeg hij een gevangenisstraf. Scheijen legt uit dat deze periode in de gevangenis voor verandering zorgde. Mensen kwamen de schrijver namelijk steunen door hem bijvoorbeeld eten te brengen. Het leek zelfs alsof er voortdurend werd gedemonstreerd: ‘De arme Toergenjev wist niet wat hem overkwam en werd pardoes, tot zijn eigen verbazing, een politieke schrijver‘. Hij kreeg in korte tijd dus de verantwoordelijkheid om politieke geschriften te gaan schrijven. Scheijen legt uit dat Toergenjev bijvoorbeeld een aanklacht indiende tegen lijfeigenschap. Een wet die enorme politieke invloed had, maar tsaar Alexander II besloot het lijfeigenschap na het lezen van de aanklacht toch af te schaffen:‘..zo heb je een politieke schrijver die het sociale fundament van de samenleving op zijn grondvesten laat schudden‘.

Een bekend voorbeeld van een schrijver die het revolutionaire milieu heeft beschreven, is Fjoder Dostojevski. Scheijen schrijft dat Dostojevski als jonge schrijver al debatten en bijeenkomsten bezocht waarin misstanden in de samenleving werden besproken. Wellicht werden er tijdens deze bijeenkomsten ook verboden literaire teksten gelezen. Dostojevski deed mee aan verboden activiteiten, werd gearresteerd en in een isoleercel opgesloten. Natuurlijk vormde deze gevangenschap Dostojevski als mens: ‘Hij werd er een anti-liberaal, en een anti-Verlichtingsdenker, omdat hij die beide tendensen zag als de wortels van het nihilisme dat de Russische samenleving bedreigde. Hij zou de rest van zijn schrijverscarrière bezig zijn om de meest duistere kanten van de samenleving in anti-literair, dwingend proza vast te leggen’. Neem bijvoorbeeld Dostojevski’s roman Duivels (1872) waarin hij de revolutionaire gemeenschap tot leven wekte.

De generatie na Toergenjev en Dostojevski koos volgens Scheijen ervoor om de Russische werkelijkheid te ontvluchten. Het tijdperk van de politieke roman ligt dus voor 1900. Scheijen legt uit dat er weinig schrijvers zijn die de revolutie van 1917 tot onderwerp van een roman hebben gemaakt. Hij denkt dat de gebeurtenissen te traumatisch en te complex waren om in een literair werk te verwerken. Daarnaast komt de revolutie weinig in fictie voor, omdat de geschiedschrijving van deze revolutie snel gezuiverd werd. Toch waren er schrijvers die een poging deden. Schrijver Boris Pasternak ontwikkelde in Doktor Zjivago (1956) bijvoorbeeld zijn visie op de gebeurtenissen tijdens de revolutie: ‘Centraal daarin staat het geloof dat die revolutie een soort onontkoombaarheid had, een bijna religieuze noodzaak, zelfs als ze de intenties of resultaten van die revolutie op persoonlijke gronden afkeurden‘. Deze passieve mentaliteit ten opzichte van de geschiedenis vloeide volgens Scheijen door bijna alle boeken uit deze tijd. Ze leverde mooie kunst op, maar in maatschappelijk opzicht was deze mentaliteit een ramp.

Tot slot deelt Scheijen een lijst met romans, verhalenbundels of gedichtenbundels om te lezen als je meer te weten wilt komen over de Russische Revolutie. Het is zeker de moeite waard om deze lijst door te nemen:
– Boze Geesten van Fjodor Dostojevski: ‘Dostojevski schrijft vreselijk lelijk, maar die lelijke stijl draagt bij aan de authenticiteit, en de pertinentie van de roman. Veel, heel veel antipathieke personages, waarvoor Dostojevski onophoudelijk je meelevende aandacht vraagt‘.
– De Witte Garden (1924) van Micheal Boelgakov: ‘Portret van de ondergang van een gezin uit de intelligentsia tijdens de revolutie en de burgeroorlog. De roman is sterk autobiografisch en is onbezorgd positief over de antibolsjewistische, tsaargetrouwe officieren‘.
– De Rode Ruiterij (1920) van Isaak Babel: ‘Babel is de grootste stilist onder de revolutionaire schrijvers. Schitterende korte verhalen over de Russische burgeroorlog: bondig, geestig, zeer gewelddadig’.
– Petersburg (1920) van Andrej Bely: ‘Meest geraffineerde roman over het revolutionaire levensgevoel. Speelt zich af voorafgaand aan de revolutie van 1905. Jonge revolutionair krijgt de opdracht zijn eigen vader, een hoge official, te vermoorden‘.
– Steden en Jaren (1924) van Konstantin Fedin: ‘Zeer rijke roman die de gehele periode van 1914 tot 1920 beslaat. Net als bij Boelgakov is de belangrijkste tegenstelling hier niet die tussen goed en kwaad, maar tussen ruimdenkend en bekrompen‘.
De Twaalf (1918) van Alexander Blok: ‘Blok treft heel precies het gevoel van religieuze onafwendbaarheid, dat de revolutie voor velen legitimeerde‘.
Under Western Eyes (1911) van Joseph Conrad: ‘De revolutionaire mentaliteit kende hij uitstekend. Zijn vader werd beschouwd als revolutionair, en werd als politieke gevangene naar Siberië verbannen, waar de jonge Joseph hem naartoe volgde. Under Western Eyes was zijn reactie op Duivels van Dostojevski, die hij haatte, maar vol bittere wrok evenzeer bewonderde‘.
– Begin van een onbekend tijdperk van Konstantin Paustovskij: ‘Schitterende memoires. Paustovskij bestrijdt de officiële Sovjetmythologie niet, maar probeert die complexer te maken’.
– Dokter Zjivago (1956) van Boris Pasternak

Reacties

One comment on “De roman als platform voor de uitwisseling van ideeën.”
  1. annaberg schreef:

    Je noemt hier enkele pareltjes van vertelkunst.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s