Waarheid is net een toverbal die van kleur verandert #1

 “Ik lees nauwelijks fictie. Onder ons gezegd en gezwegen, ik vind het iets voor verveelde huisvrouwen. Fictie. Dan Brown heb ik gelezen, omdat zoveel mensen dat kochten. Ik dacht, eens kijken of de massa smaak heeft. Maar dat was dus niet zo.” – Arnon Grunberg

Als oud-student Algemene Cultuurwetenschappen en Literatuurkritiek is het niet meer dan logisch dat ik veel lees. Mijn voorkeur gaat vaak uit naar boeken die verschillende genres van de literatuur met elkaar vermengen. Het werk van Arnon Grunberg neemt een grote plaats in mijn boekenkast. Hij is misschien wel dé auteur die elk genre van de literatuur bedient, van het korte verhaal tot poëzie en van het essay tot de roman. Behalve een belangrijk literaire schrijver, is hij ook columnist en reist hij de hele wereld af om levenservaringen op te doen. Grunberg zoekt hiermee vaak de grenzen op tussen fictie en non-fictie.

Het is moeilijk een duidelijk onderscheid te maken tussen wat fictie is en wat non-fictie is. Grunberg maakt het voor ons nog lastiger omdat hij ook veel autobiografische elementen in zijn fictie verwerkt, terwijl hij in de media veel meer een rol speelt. Het is dan ook niet mijn streven om een scheidslijn tussen non-fictie en fictie in het werk van Grunberg te trekken. Daartegenover is mijn doel wel om de komende tijd de literaire technieken van Arnon Grunberg te onderzoeken. Met literaire technieken bedoel ik niet op welke manier een schrijver zijn of haar verhaal verteld, mooi of niet mooi, met veel poëtische kracht of juist niet, maar hoe een schrijver in zijn werk de werkelijkheid beschrijft.

Het woord ‘werkelijkheid’ is een lastig begrip, want wat verstaan we daar onder? Onder ‘werkelijkheid’ versta ik de politieke-maatschappelijke werkelijkheid. Daar stuiten we op wat we het engagement van Arnon Grunberg zouden kunnen noemen. Met het woord ‘engagement’ verwijs ik naar een literatuuropvatting die het belang van de teksten niet louter in de literaire aspecten ervan ziet, maar juist de sociale of politieke functie van literatuur benadrukt. Het is een verplichting die de schrijver op zichzelf legt om belang te hechten aan een maatschappelijke kwestie. Sommigen beweren dat er in de hedendaagse literatuur een terugkeer naar het literaire engagement waarneembaar is.[1] Een schrijver wil vandaag de dag niet meer opvallen door stijl of poëtische kracht, maar door een doordringende boodschap die de lezer aan het denken zet. Grunberg lijkt in die ontwikkeling te passen: een roman zonder boodschap bestaat bij hem dan ook niet.

Het mens- en wereldbeeld dat uit Grunbergs romans naar voren komt, is gestempeld door de gebeurtenissen van de 20ste eeuw. Veel hoofdpersonen uit de romans kennen geen hoop en liefde meer. Het vertrouwen in de mens en de wereld is onherstelbaar gebroken. Toch blijven de personages zoeken naar een doel in het leven en tonen ze interesse in de ander. Deze zoektocht is niet alleen voorbestemd aan zijn personages, ook Grunberg zelf toont belangstelling voor de menselijke, maatschappelijke en politieke verhoudingen. Zowel zijn personages als de verteller van de romans doen provocatieve uitspraken over deze verhoudingen. Uitspraken die de lezer kunnen schokken, aan het denken zetten of die als humoristisch worden beschouwd. De komende tijd komen er verschillende blogposts online die proberen de vraag te beantwoorden hoe een schrijver via fictie uitspraken kan doen over de maatschappelijke werkelijkheid. Nogmaals, het is lastig om een onderscheid te maken tussen non-fictie en fictie en daarmee is het ook onmogelijk om te concluderen dat een uitspraak van bijvoorbeeld een personage uit een roman van Grunberg tegelijkertijd een uitspraak is van de schrijver zelf.

Om meer duidelijkheid te verschaffen over de achtergrond van oneliners, maak ik gebruik van verschillende theorieën, zoals het fenomeen Possible worlds van Ryan. In fictie kan men mogelijke werelden oproepen. De vraag hierbij is of deze wereld alleen in de ogen van een personage of verteller bestaat of dat de lezer in deze wereld ook meegaat. In deze mogelijke wereld kunnen de uitspraken die personages maken een geheel ander beeld geven voor de lezer. Uitspraken kunnen hier manipulerend werken of juist iets bevestigen. Dat ligt geheel aan de context waarin de uitspraak wordt gedaan. Deze zaken hebben alle te maken met het concept van fictionaliteit.

Om verder de relatie tussen non-fictie en fictie in het werk van Grunberg te onderzoeken, duik ik ook in andere theoretische kaders. Als startpunt ga ik in op de vaststelling van sommige wetenschappers dat Arnon Grunberg zich positioneert in het spanningsveld tussen fictie en non-fictie in. Volgens de onderzoeker Geert Buelens moet de haast obsessieve waarheidsliefde van Grunberg leiden tot de conclusie dat de schrijver uiteindelijk niet als een ironicus, een postmoderne realist of een cynicus getypeerd kan worden, maar eerder als iemand die tegen de vrijblijvendheid van alle cultuuruitingen van deze tijd in gaat.[2]

Daarnaast onderzocht Thomas Vaessens de ‘realiteitshonger’ van Grunberg en zijn herwaardering van de literair-humanistische waarden van de werkelijkheid. De schrijver komt steeds vaker in de media waarbij hij vertelt dat hij geregeld naar oorlogsgebieden gaat om daar verslag over te doen. De gedachtegang dat Grunberg in zijn romans steeds meer een journalistieke richting op gaat, kan een uitwerking zijn van deze bezoeken, maar interessanter is om te onderzoeken wat de verschillen en overeenkomsten zijn tussen de romans van Grunberg en bijvoorbeeld het non-fictie boek Kamermeisjes & soldaten: Arnon Grunberg onder de mensen (2009) betreffende de oneliners en uitspraken die hij doet over de maatschappelijke werkelijkheid. Zit er een verschil in de wijze hoe hij de oneliners inzet ten opzichte van het beschrijven van de werkelijkheid of gebruikt hij dezelfde technieken zowel in zijn romans als zijn non-fictie?

Als aanvulling hierop is het interessant om te onderzoeken hoe Grunberg zich positioneert in het publieke debat. Mij gaat het er om dat de verbeelding van literaire schrijvers een verrijking kan zijn voor onderwerpen in het publieke debat. Een schrijver is misschien niet in staat om een oorlog op te lossen, maar door zijn relatie met het publiek kan hij een rol spelen in bewustmaking. Literatuur heeft de functie om bij de lezers in de gedachte te blijven hangen en dus serieus genomen te worden. Maar bestaat deze functie wel zodra een schrijver gaat spelen met deze rol van de literatuur? Hoe is zijn rol in het publieke debat zodra een schrijver met ironie gaat spelen, is hij dan nog wel geloofwaardig om de werkelijkheid te ontmaskeren?

Bovendien heeft Grunberg niet alleen een positie in het publieke debat, hij spreekt en onderzoekt ook publieke intellectuelen. In november 2013 ontmoette hij Fred Teeven, nam de rol als debatleider en ondervraagde hem over allerlei maatschappelijke kwesties. In 2014 overhandige Grunberg zijn Voetnoten-bundel aan allerlei Kamerleden en volksvertegenwoordigers. Aanleiding was de opnieuw opgelaaide discussie over pedofilie:

‘Het is belangrijk om een tegengeluid te laten horen bij een heksenjacht in de samenleving.’[3]

Grunberg noemt het overhandigen van zijn bundel een ‘ontwikkelingssamenwerking’, vooral tussen hem en diegene die het niet met hem eens waren. In één van zijn Voetnoten schaarde Grunberg het SP-kamerlid Sharon Gesthuizen bij andere politici die de discussie over pedofolie in Nederland vermeden. Dat was voor Grunberg een reden om er toch over te gaan schrijven om woord te geven aan de woede die in de samenleving speelt. Vanuit deze gebeurtenissen is het dus interessant te onderzoeken hoe Grunberg zich positioneert in het publieke debat.

De komende tijd houd ik mij bezig met drie romans: Onze oom (2008), De man zonder ziekte (2012) en het non-fictie werk Kamermeisjes & soldaten: Arnon Grunberg onder de mensen (2009). Ik zal deze drie boeken vergelijken betreffende de uitspraken die Grunberg, zijn personages of de verteller doet. Wanneer spreekt wie en welke boodschap schuilt er in deze uitspraken? Ik zal voornamelijk de twee romans en het non-fictie boek van Grunberg dus onderzoeken op de maatschappelijke werkelijkheid en de uitspraken die daar aan verbonden zijn. Daarbij moet bijvoorbeeld rekening worden gehouden met de ‘ideologieën’ van de personages of met het feit dat Grunberg geregeld een knipoog geeft aan de lezer. De vraag is of we, uit de uitspraken die gedaan worden, kunnen achterhalen welke visie Grunberg heeft over de maatschappelijke werkelijkheid.

Bronnen

[1] Het boek De revanche van de roman van Thomas Vaessens beschrijft de veranderende verhouding tussen literatuur en maatschappij sinds de Tweede Wereldoorlog. Vaessens gaat in hoe geëngageerde schrijvers, zoals Arnon Grunberg, op deze veranderingen reageerden. Grunberg zou volgens hem in gaan op zaken over het dagelijkse bestaan.

[2] Zie: Buelens, Aforismen na Auschwitz. Over ironie, ernst en overtuigingskracht van Arnon Grunberg en Marek van der Jagt (2010).

[3] “Tegengeluid bij jacht op pedo’s” – In: De Volkskrant (18 februari 2014), door: Jeroen Wielaert

Reacties

One comment on “Waarheid is net een toverbal die van kleur verandert #1”
  1. annaberg schreef:

    Ik moet toegeven dat ik nog niks van de man gelezen heb.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s