De urgentie van de werkelijkheid

Toef Jaeger, redacteur van NRC Handelsblad, schreef in maart een interessant artikel over fictie en werkelijkheid. Schrijvers voelen volgens haar steeds meer de urgentie om over de werkelijkheid te schrijven, maar recensenten en boekenbijlagen voelen die urgentie van deze schrijvers nog niet.

Alternatieve feiten zijn niet meer de bouwstenen waarmee literaire auteurs een fictief, alternatief universum opbouwen, meent Jaeger. De afgelopen maanden zijn fictieschrijvers juist steeds meer afstand aan het nemen van alternatieve feiten en ze focussen zich meer op reële elementen. Fictie en werkelijkheid zijn dus op elkaar aangewezen. Lezers houden zich bijvoorbeeld bezig met de vraag welke romans ze moeten lezen om Trump te begrijpen. Jaeger neemt ook als voorbeeld een rechter, die enkele jongeren veroordeelde om slavernij-romans te lezen omdat ze racistische leuzen op een muur hadden geklad.

Al jaren wordt gezegd dat literatuur empathie-verhogend is en om die reden bemoeien romanschrijvers zich nu steeds meer met de werkelijkheid, meent Jaeger. Om terug te komen op Trump: Schrijver Salman Rushdie heeft verkondigd oom een roman over Trump te gaan schrijven. En Jaeger noemt ook de net verschenen verhalenbundel Als dit zo doorgaat, onder redactie van schrijver Auke Hulst. In deze bundel buigen verschillende schrijvers zich over de vraag wat voor wereld we aan het maken zijn wanneer Trumpisme normaal wordt en Europa kraakt onder verrechtsing en populisme.

‘Leidend is de vraag wat je als schrijver wilt: wil je vat krijgen op de werkelijkheid, of zelfs een duit in het zakje doen in de besluitvorming over hoe we met de werkelijkheid omgaan?’ 

Welke stijlmiddelen moet je gebruiken om als schrijver niet machteloos te kijken naar wat er gebeurt? Jaeger vraagt zich ook af of het nog logisch is om van het idee less is more uit te gaan. Misschien is het juist beter om de lezer met de neus op de feiten te drukken door zo expliciet mogelijk beelden van de werkelijkheid op te dringen. Kortom, moet een schrijver zich steeds meer richten op onderwerpen die de verbeelding te boven gaan? Jaeger noemt nog een andere belangrijke kwestie, namelijk de manier waarop een criticus met deze ontwikkelingen om moet gaan. Moet je als recensent op zoek gaan naar wat de schrijver te zeggen heeft?

Moeten literaire recensenten bijvoorbeeld nog steeds de goede smaak benadrukken, op vormkwesties letten of al te expliciete beschrijvingen bekritiseren? Moeten recensenten urgent blijven en meer oog hebben voor wat de schrijver zegt, in plaats van op het hoe? Jaeger legt uit dat deze tijd misschien wel roept om kritieken die meer verbanden leggen, geworteld zijn in de werkelijkheid en dat tijdloosheid niet meer het voornaamste ideaal van de schrijver is: ‘Geen hoeders meer van de zogeheten goede smaak, maar ‘literaire factcheckers’.’ 

In westerse romans die over vluchtelingen gaan, wordt vaak het accent gelegd op het anonimiseren, meent Jaeger. We zijn bijvoorbeeld verrast wanneer Tommy Wieringa in zijn recente roman De dood van Murat Idrissi (2017) uitgebreid schrijft over de ontbinding van een dode man. Zijn roman weergeeft hoe het Westen omgaat met vluchtelingen die een beter bestaan proberen te vinden door de Middellandse Zee over te steken: ‘Het zet neer hoe die problemen letterlijk in onze poriën kruipen en hoe blij we zijn wanneer we die ergens kunnen dumpen.

Er is dus weinig ruimte voor ironie en cynisme en de tijd van afstand nemen is voorbij. Betrokkenheid lijkt een steeds belangrijkere factor in literatuur te worden. Jaeger hoopt echter dat we nu niet alleen romans krijgen die zo expliciet mogelijk de lezer confronteren met de ellendige actualiteit. Dan is de kans namelijk groot dat lezers de literatuur steeds meer links laten liggen. Toch is het belangrijk dat romans zoals die van Hamid worden gelezen:

“Stel dat politici die om gesloten grenzen roepen ooit voor een rechter moeten verschijnen om zich te verantwoorden voor hun kortzichtige populisme dan zou deze roman van Hamid op de lijst van verplicht te lezen romans behoren te staan. Voor het zover is, zullen we als critici uit onze comfortzone moeten stappen en net als de schrijvers meer open moeten staan voor haakjes in de werkelijkheid.”

Reacties

2 comments on “De urgentie van de werkelijkheid”
  1. just read schreef:

    Ben je het met Toef Jaeger eens?

    Ik heb haar stuk met interesse gelezen, maar kon toch niet om een paar dingen heen: waarom wordt maatschappelijke betrokkenheid zo vaak politiek gedefinieerd? Verder snap ik ook nooit zo goed waarom vorm en inhoud zo vaak tegenover elkaar worden gezet. Ik bemerk bij mezelf steeds vaker dat ik pas geïnteresseerd raak in wat een roman te vertellen heeft, als het goed geschreven is (op welke manier dan ook).

    Like

    1. Anna Husson schreef:

      Interessante vragen! Het klopt inderdaad dat maatschappelijke betrokkenheid vaak politiek wordt gedefinieerd en soms gaat dat ten koste van de esthetische en stilistische kenmerken van de roman. Dat is jammer. Ik vind persoonlijk een roman goed wanneer er een goede verhouding bestaat tussen betrokkenheid en distantie. Dus ik ben het zeker met je eens dat een roman pas echt interessant is, als het goed is geschreven. Je stelt interessante vragen waar critici vaak over discussieren haha. Bedankt voor je comment!

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s