De latte-generatie: schrijvers onder de 35

De eerste special van dit jaar van het tijdschrift Vrij Nederland gaat over jonge schrijvers. Nina Polak, Raoul de Jong, Thomas Heerma van Voss en nog vele anderen zijn de veelbelovende schrijvers onder de 35 jaar. Deze jonge Nederlandse schrijvers vormen volgens Vrij Nederland de latte-generatie. Dit is echter geen belediging, want volgens de redactie is een ‘echte Italiaanse latte zacht van buiten, maar van binnen bezit het een verassende harde kern’. Jeroen Vullings (1962) werkt sinds 1993 voor Vrij Nederland als redacteur en literair criticus. Voor de speciale editie van het tijdschrift analyseerde hij de ambities van de ‘latte-generatie’. Wat willen deze schrijvers bereiken en waarom moeten ze schrijven?

‘Jonge schrijvers komen met velen, maar blijven zelden. Ze zijn vaak vrouw en nooit alleen maar schrijver. Ze kunnen niet spellen maar zichzelf wel promoten. Ontstijgt hun werk hun wereld van bakfiets en caffè latte?’

Een debutant schittert vaak in afwezigheid bij prijzen, allerlei ranken en in eindejaar lijstjes van literaire critici. De vraag is altijd hoeveel exemplaren een debutant kan verkopen. Vullings legt uit dat wanneer er geen tweede druk van een debuutroman komt, de schrijver dan niet meer als een belofte geldt. Er zijn vele voorbeelden van jonge schrijvers die proberen de belangstelling van het publiek te krijgen. Vaak worden debuutromans met lovende woorden omschreven, zoals ‘een literaire sensatie’, maar meestal zijn deze woorden slechts een schreeuw om aandacht. Vullings denkt dat je zoiets zomaar straffeloos mag beweren, omdat je er vanuit gaat dat toch vrijwel niemand enig zicht op de jongste literaire generatie heeft.

Jonge schrijvers hebben het lastig. Er zijn nog maar een paar auteurs die succesvol zijn en het is niet eenvoudig om daartussen je intree te maken. Daarnaast worden de bestverkochte lijstjes gedomineerd door Nederlandstalige boeken die het niet zozeer van hun literaire karakter moeten hebben, zoals allerlei dieetboeken en thrillers. Literaire prijzen kunnen de debutant echter helpen. De BGN Literatuurprijs richt zich bijvoorbeeld op schrijvers onder de veertig die nog niet zijn doorgebroken. Vullings legt uit dat de jury van deze prijs uit strikt kennis bestaat, zoals literaire critici en universitair werkzame neerlandici. Als je de genomineerde van die prijs in de loop der jaren bijeenzet, valt het op in wat voor kleine ‘poel’ het oeuvre bouwend jonge talent zwemt.

Hoe onderscheiden deze talenten zich van eerdere generaties? Vullings denkt dat ze talloze rollen combineren, daar waar auteurs van eerdere generaties zich bewust alleen als schrijver profileerden. Tijdens zijn zoektocht naar wat typerend is voor de jonge generatie schrijvers, merkt Vullings op dat hij zich beperkt tot de paar schrijvers die origineler zijn dan ‘het gebruikelijke semi-autobiografische coming of age-verhaal met de nodige verliefdheden en teleurstellingen.’ Deze schrijvers hebben stilistisch meer te bieden dan de simpele, alledaagse stijl die volgens Vullings gemeengoed is onder zoveel jonge schrijvers.

‘Ik kom uit bij schrijvers met meer verbeeldingskracht, meer originaliteit, meer afstand, met een eigen stem, een nogal eens weird universum en – ja, nóg eens – meer stilistische bagage, en dus vanzelf eruditie. Wie rijker wil schrijven, moet tenslotte eerst een gretige lezer zijn geweest. Helaas is de voorgaande opsomming er niet vaak een van én-én, eerder van óf-óf.’

Vullings noemt bijvoorbeeld de ‘normmorrelaarster’ Hanna Bervoets, de malicieuze Elfie Tromp, literaire zonderlingen Maartje Wortel en Wytske Versteeg, de duistere Lize Spit, de tijdloze Merijn de Boer en de ironische pasticheur Joost de Vries. Ook noemt hij Daan Heerma van Voss en de Vlaamse verhalenschrijver Frederik Willem Daem. De vraag in hoeverre hun ambitie verschilt met die van de eerdere generaties, is met dit kleine lijstje niet te beantwoorden. Om die reden heeft Vullings hulp van andere experts ingeschakeld.

Arjan Peters, literatuurcriticus van De Volkskrant, vindt de nieuwe generatie schrijvers belezen, onbevreesd en vrouw. Ook Tilly Hermans, uitgever-redacteur van Augustus, noemt veel vrouwelijke schrijvers met ambitie en uithoudingsvermogen, zoals Niña Weijers. Joost Nijsen, uitgever van Podium ziet onder de 35 ook veel talent en inzet bij de schrijvende vrouwen en meent dat schrijvende mannelijke leeftijdgenoten wel wat van de andere sekse kunnen leren. Hij denkt dat het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke schrijvers een maatschappelijk verschijnsel is: ‘Door de hele Nederlandse samenleving heen valt met name bij jonge autochtone Nederlandse mannen een gebrek aan ambitie op. Het lijkt soms wel of ze liever gloriëren als behendig berijder van bakfiets, dito drager van baardje en drinker van juist geserveerde caffè latte, dan in hun loopbaan. Vrouwen leggen veel meer ambitie en dadendrang aan de dag.’  Toch moeten we dat in perspectief blijven zien. Volgens Nijsen zijn vrouwen namelijk minder overweldigend ambitieus dan die in het tijdperk van Grunberg-Zwagerman- Giphart. Dat komt misschien doordat vrouwen nuchterder en bescheidener zijn geworden, meent Nijsen.

Jos Joosten, hoogleraar Nederlandse Letterkunde aan de Radboud Universiteit, ziet veel boeken die een vergelijkbare thematiek hebben. Veel personages weten geen raad meer met zichzelf en gaan reizen, maar deze reisdrift maakt hen niet gelukkiger. Toch merkt hij ook boeken op die het anders doen: de norse wereld van Jaap Robben in zijn roman Birk bijvoorbeeld of de studentenwereld van Philip Huff en de intellectuele wereld van Joost de Vries. Oscar van Gelderen en Jasper Henderson, uitgever en hoofdredacteur Nederlandse fictie uitgeverij Lebowski, vertellen dat er veel manuscripten binnenkomen van schrijvers die enkel interesse tonen in moeizame verhoudingen, hun afkomst, de liefde, seks en zelfonderzoek. Schrijvers die geïnteresseerd zijn in ‘het Grote Narratief’, verhalen met een brede, visionaire blik op de wereld doen het volgens hen beter.

‘Samenvattend: de smaakmakers in de latte-generatie zijn gering in aantal en vrouw en in verscheidene rollen tegelijkertijd actief: bijvoorbeeld als muzikant, schrijver, journalist en theatermaker.’

Toch kunnen deze verschillende bezigheden nadelig zijn voor het schrijven. Voor serieus schrijven heb je namelijk geduld, toewijding, concentratie en discipline nodig. Talent is dus niet meer voldoende. Vullings benadrukt echter dat een jonge auteur met meerdere bezigheden daaruit toch profijt kan halen, bijvoorbeeld om op televisie te komen. Zelfpromotie is tegenwoordig belangrijk om aandacht van het publiek te krijgen en jonge auteurs zijn vaak meer ‘outgoing’ dan gevestigde auteurs. Sociale media is voor jonge auteurs niets nieuw, ze zoeken actief naar aansluiting en melden zich aan bij verschillende online communities: ‘Terwijl de klassieke media – krant, televisie en radio – de nieuwe romans van bekende auteurs recenseert, proberen jonge auteurs direct met de lezer in contact te komen.’ Jonge auteurs zoeken dus zelf naar publiciteit.

‘Waar de oudere generatie schrijvers zich nog vaak ongemakkelijk voelt bij die zelfpromotie – kijk maar hoe stroef ze twitteren, als ze dat al doen – weet de latte-generatie uitstekend hoe je de aandacht moet trekken.’

Het is vanzelfsprekend dat deze ontwikkelingen bij digitale tijd horen. De tijd is anders en ook dat bepaalt waarom jonge schrijvers zo verschillen van de oudere generaties zoals de naoorlogse Drie. Deze veranderende tijd is echter ook een overeenkomst tussen de generaties schrijvers: ‘Beide generaties worden vertegenwoordigd door een veelheid aan talent, wellicht veroorzaakt door een door geweld sterk veranderde wereld, respectievelijk door de Tweede Wereldoorlog en 9/11.’ De jongere schrijvers kiezen wellicht meer thema’s die niet meer exclusief zijn ontsproten aan de literatuur en ze zijn minder ‘drammerig’ in hun engagement, maar toch is de literatuur altijd al een medium geweest dat greep probeert te krijgen ‘op deze krankzinnige wereld én ons toont hoe we er straks voorstaan.’

Daarentegen lijken de oudere generaties op stilistisch niveau het van de jongere generatie te winnen. Vullings signaleert bij de jonge generatie een vorm van kortademig proza met een beperkt vocabulaire. Wellicht heeft dat te maken met de digitale tijd, waarin E-readers, smartphones en andere elektronische apparaten een andere stijl dicteren: ‘Woorden als ‘omdat’, ‘voordat’ en ‘nadat’ lijken uit de taal te zijn geschrapt en ook de kennis van d, dt en t is verdwenen.’  Maar het is natuurlijk riskant om literaire generaties met kenmerken proberen vast te nagelen, merkt Vullings op. Echte talenten houden zich helemaal niet aan die kenmerken. A.F.Th. Van der Heijden was begin dertig toen hij pas echt doorbrak met zijn roman De Tandeloze Tijd en P.F. Thomése en Tommy Wieringa waren ook laatbloeiers. En wat te denken van Herman Koch: Geef de jonkies nog even, suggereert hij.

Dus hoe ambitieus is de latte-generatie? De antwoorden zijn volgens Vullings divers. De jonge generatie lijkt tegelijk meer én minder ambitieus dan bijvoorbeeld de Vijftigers en Zestigers. Ze meten zich met wereld literatuur en lijken geglobaliseerder, ze gaan in dialoog met internationale auteurs en nemen hun ook als ijkpunten: ‘Het literaire schrijven is nadrukkelijk ingebed in de discoursen van de buitenwereld.’ Anderzijds heeft de literatuur nauwelijks economisch of symbolisch kapitaal meer. Een goed boek schrijven is dus niet genoeg. Een kenmerk van de latte-generatie is dat ze veelkoppig is: ‘dat zo weinigen van hen arriveren; dat vrouwen aan de top staan; dat ze zo veelzijdig zijn; dat het schrijven daardoor maar één van de activiteiten is; dat er daarom stilistisch nog veel ontwikkelingswerk van node is; dat ze kinderen zijn van de digitale tijd; dat ze zichzelf weten te promoten; dat hun werk getuigt van de grimmige, veranderlijke wereld waarin ze leven.’ Telkens moeten de schrijvers van de jongere generatie aan hun beste boek werken om beter te zijn dan hun voorgangers en collega’s. Dit loodzware besef blijft helaas het lot van de latte-generatie.


Bronnen
Jonge Schrijvers Gids 1-2017 van Vrij Nederland. Het artikel van Jeroen Vullings is ook op Blendle te vinden.

Van Dijl, F. (2017). Nieuws: Schrijvers onder de 35 vormen de latte-generatie (Volgens VN). Nieuws: Schrijvers onder de 35 vormen de latte-generatie (Volgens VN). In: Tzum

Reacties

3 comments on “De latte-generatie: schrijvers onder de 35”
  1. annaberg schreef:

    Een mooie term, die latte-generatie, maar je kan er niet iedereen onder vangen, denk ik.

    Liked by 1 persoon

  2. Goed verhaal! Grappig, dat man-vrouwverschil ook. Ik wist niet dat dat er was.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s