Radicaal relationisme: het andere engagement

Begin deze maand schreef ik een blogpost over de urgentie van de werkelijkheid aan de hand van het artikel van Toef Jaeger. Uit deze blogpost kwam naar voren dat vragen naar engagement blijven opkomen in het literaire debat. Moet literatuur bijvoorbeeld zich engageren met maatschappelijke kwesties en moet de roman morele of ethische vragen stellen? Een interessant artikel van Merijn Olnon en Yra van Dijk in De Gids begint met de constatering dat deze hoeveelheid aan vragen naar engagement doet vermoeden dat we allemaal vinden dat literatuur uiteindelijk toch wel iets moet.

Een opvallend geluid in de doorlopende discussie over literair engagement klonk volgens Olnon en Van Dijk van criticus en schrijver Joost de Vries (1983). In zijn essay Huisgenoten verwijt hij jonge schrijvers dat ze hun personages te steriel maken en hij pleit voor minder losgeslagen personages die de lezer enige wijsheid geven over liefde en relaties. In andere woorden moet wat de lezer in zijn of haar dagelijkse leven meemaakt, worden weerspiegeld door de personages. De lezer kan dan in een roman bijvoorbeeld zijn ‘vrienden, baan en liefdes’ herkennen. De Vries pleit dus voor raadgevende, levensbevestigende en maatschappelijke literatuur, maar volgens Olnon en Merijn is dat een mimetische literatuuropvatting. Zij pleiten liever voor een ander soort engagement.

Deze nieuwe vorm van engagement speelt zich af op een ander niveau dan bij expliciet maatschappelijk en politiek geëngageerde schrijvers. Dat betekent volgens Olnon en Van Dijk niet dat de romans van jonge auteurs worden gekenmerkt door ‘steriliteit, doelloosheid of vrijblijvendheid’. Ondanks dat hun personages jong en vaak kunstenaar zijn en dat hun romans stilistisch verzorgd zijn, betekent niet dat deze schrijvers een nieuw estheticisme vertegenwoordigen.

De romans waar De Vries tegen is, vertellen ons wel degelijk iets over relaties: ‘In plaats van ze ongeëngageerd te noemen, of esthetiserend, zouden we een aanzienlijk aantal van de door De Vries aangehaalde recente ‘jonge’ romans, samen met minstens evenveel niet door hem behandelde beter kunnen scharen onder een andere noemer, die van de relationele roman.’ Deze romans gaan niet zozeer over mislukte liefdesrelaties of existentiële leegte, maar deze teksten gaan een stap verder en verkennen volgens Olnon en Van Dijk de mogelijkheden en beperkingen van de constructie van het individu te midden van én door anderen. De betekenis van deze romans vindt de lezer dus eerder in een ethische en filosofische richting, dan direct een maatschappelijke.

Olnon en Van Dijk leggen uit dat veel debuten gaan over mensen die halve levens leiden en die daaruit proberen te ontsnappen. Dat kan op twee manieren: door een oplossen van de identiteit in het zelf of het niets (verdwijnen) of juist in een gemeenschap (onderdompelen). Sommige van hen keren terug met grotere kennis van de wereld: ‘Al deze romans verkennen wat het betekent om te zijn, nee beter: te worden, in een wereld vol met anderen die met hetzelfde bezig zijn.’

‘Het gaat hier niet alleen om hoofdpersonen die zich wel of niet engageren, zichzelf wel of niet kennen, zich wel of niet binden, maar vooral om het besef dat voor onze identiteit het in relatie zijn met anderen een voorwaarde is.’

Olnon en Van Dijk leggen verder uit dat deze nieuwe romans de relationele identiteit zo ver doorvoeren dat ze niet alleen de grens tussen het ik en het ander kunnen opheffen, maar zelfs de grens tussen het subject en dieren en dingen. De mens wordt daardoor een stuk minder individueel en autonoom dan het neoliberale individualisme ons wil laten geloven, menen Olnon en Van Dijk. Het gaat bij deze personages dus niet om het ontwikkelen van persoonlijk, eenduidige, authentieke identiteiten, maar juist ‘om het cultiveren van het besef dat identiteiten per definitie geconstrueerd, relationeel en meerduidig zijn. Hoe gaat een jong (en soms een wat ouder) mens met dat besef om zonder zichzelf te verliezen in zichzelf of de omgeving?’

Deze nieuwe vorm van engagement noemen Olnon en Van Dijk het ‘radicaal relationisme’. Het gaat volgens hen om een radicale herpositionering van de hoofdpersonen in de omringende wereld: ‘Radicaal relationisme duidt dan niet zozeer op nieuwe of meer relaties tussen personages als wel op het zoeken naar nieuwe vormen van een relationele identiteit. Deze hoofdpersonen hoeven helemaal niet te trouwen om ons toch iets te leren.’ Olnon en Van Dijk noemen verschillende voorbeelden van auteurs die deze vorm van engagement in hun teksten hebben. Neem bijvoorbeeld schrijfster Charlotte Mutsaers (1942) die volgens hen met haar teksten al jaren toont hoe in zichzelf besloten en vastgelegd een individu is. Wat betekent het bijvoorbeeld als blijkt dat seksuele geaardheid en geslacht geen vaststaande onderdelen van een identiteit zijn? Lees daarvoor haar roman Koetsier Herfst (2008).

Ook de mate waarin identiteit door tussenkomst tot stand komt, is een belangrijk thema is de nieuwe romans met het radicale relationisme. Relaties en identiteiten zijn meer dan ooit gemedieerd, leggen Olnon en Van Dijk uit. Kan een liefdesverklaring bijvoorbeeld wel echt zijn als het per telefoon is gegaan? Schrijfster Niña Weijers (1987) gaat zelfs een stap verder: in haar roman De consequenties (2014) wordt onderzocht in hoeverre identiteit niet alleen door media wordt gemedieerd, maar zelfs gemaakt. Baby’s worden in haar roman blootgesteld aan blèrende en ruisende tv’s, om tot een verhouding tot de wereld te komen, maar ook om een eigen bewustzijn te construeren.

In deze literatuur gaat het echter eerder om de zoektocht naar een ‘wij’ dan om het vinden ervan. Olnon en Van Dijk menen dat de zoektocht naar een (nieuw, eigen) ‘wij’ nu samen valt met een zoektocht naar het echte, naar de realiteit. In We zullen niet te pletter slaan (2014) van schrijfster Nina Polak (1986) maakt een succesvolle kunstenaar (travestiet) werk waarin hij zijn eigen hybride identiteit tentoonstelt: ‘Ze zijn bewerkt; op meerdere beelden staat ze met beroemdheden, dood en levend – James Franco, Lady Gaga, Grace Kelly, Alfred Hitchcock, Freud, Couperus – op andere staat ze alleen. Er zijn groepsfoto’s en getrukeerde vakantiekiekjes, bijna allemaal met Cecilia als fonkelend middelpunt’. De kunstenaar probeert op deze manier zichzelf onsterfelijk te maken. Uiteindelijk gaat het verhaal echter om het verlangen van iedereen om bij elkaar te komen en een gemeenschap te vormen.

‘De poging, en het onvermogen, van kunst en literatuur om iets aan de orde te stellen is voor deze personages een fundamenteel probleem. Vandaar dat de hoofdpersonen in deze romans zelf ook vaak (willen) schrijven, tekenen of kunst maken. Het door het literaire droste-effect aangekaarte probleem dat hun werk aangrijpt (en ook zelf weer belichaamt) om iets te betekenen dat de biografie ontstijgt, is waar het engagement van deze romans in schuilt.’

Deze jonge schrijvers onderzoeken dus wat het is om hier en nu te zijn, zonder groot verhaal en te midden van vele anderen. Ze proberen nieuwe vormen van engagement te verkennen. Het schrijven over bijvoorbeeld het immigrantenprobleem is een manier om lezers aan het denken te zetten over herkomst, identiteit en macht, maar ‘het schrijven van verhalen over personages die weigeren zichzelf nog langer als het centrum van het universum te zien, die trachten op te gaan in hun omgeving vanuit het besef dat identiteit überhaupt bestaat bij de gratie van de relaties tot de mensen, dieren en dingen om ons heen – dat is een andere vorm, niet minder maar wel anders geëngageerd.

Dat de personages van deze romans zichzelf niet langer meer het middelpunt van het universum zien, is in verschillende aspecten van deze romans op te merken. Het meervoudig personale vertellen komt bijvoorbeeld vaak terug en toont aan dat er niet één enkele visie op de werkelijkheid bestaat. Maar het gaat verder dan alleen het doordenken van de ontologische twijfel van het postmodernisme: ‘In plaats van om het ontmaskeren van de werkelijkheid als een constructie, en om het besef dat taal niet kon raken aan de werkelijkheid, gaat het nu om de vraag naar de consequenties daarvan voor ons geloof in een stabiele identiteit. Daarmee bedoelen we dat het individu als een vastomlijnd zelf wordt gedeconstrueerd, en wordt gereconstrueerd als onderdeel van een netwerk van relaties. De romans die dit ambiëren, hoeven niet te vertellen dat ieder personage wezenlijk verbonden is aan anderen, maar willen dat mede demonstreren in de vorm.’

Het vermogen van de schrijver om door middel van zorgvuldig geconstrueerde taal nieuwe interpretaties en kennis van het zelf, de ander en de wereld aan te reiken, is volgens Olnon en Van Dijk het waardevolste vermogen van literatuur. Veel van deze nieuwe schrijvers laten de lezers nadenken over hoe je je kan verhouden tot de wereld en de ontelbare interpersoonlijke relaties.  Wie moet je daarin zijn? Wat moet je worden en met welk doel?

‘Het is dit besef van de ongrijpbaarheid van de grote geschiedenis en toekomst, en de zoektocht naar een nieuwe, genetwerkte identiteit, dat onze jonge schrijvers aan de orde stellen als zij hun personages plaatsen in een wereld waarin identiteit niet meer iets is wat je kan ‘ontdekken’ of ‘verkennen’, of zelfs maar creëren, maar iets wat fluïde is, internationaal, exhibitionistisch, relationeel, intertekstueel en met technologie vervlochten. Identiteit als een besluit, genomen na uitgebreid zoeken, lenen en knutselen, maar vermoedelijk tot in lengte van dagen instabiel.’

Het zijn romans in een wereld die zichzelf uitput in betekenisloosheid, een wereld waarin iedereen met elkaar verbonden is, maar waarin deze verbondenheid nauwelijks echt te voelen is. Deze romans laten de lezer een nieuw zelf verkennen en bevragen.

Bronnen
Van Dijk, Y. & Olnon, M. (2015). Radicaal relationisme. Het andere engagement in de jongste Nederlandse literatuur. In: De Gids. Nummer 3

Reacties

2 comments on “Radicaal relationisme: het andere engagement”
  1. just read schreef:

    Deels heb ik het stuk van Van Dijk en Olnon destijds met interesse gelezen, deels met verbijstering. In hun karakterisering herkende ik het essay van De Vries totaal niet. Hijzelf ook niet en hij schreef daarom een mooie reactie. Ken je die ook?
    https://de-gids.nl/2015/no4/modieus-academisme

    Liked by 1 persoon

    1. Anna Husson schreef:

      Dank! Ik ga zijn reactie met veel interesse lezen! 🙂

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s