Het tijdschrift dat verlangen naar deelname oproept

In 2011 ging het niet goed met het literaire magazine, maar ondanks de sombere berichten kwam er een nieuw, onafhankelijk literair tijdschrift: Das Magazin. De oprichters houden natuurlijk van lezen en omhelzen schrijvers met twee armen. Het tijdschrift wordt ‘op de bankjes in de hoofdstad gelezen’ en ligt ‘in de cafés voordat deze hun deuren voor het publiek openen. Das Magazin verlicht en vermaakt met verhalen, essays en al wat onze interesse wekt’. Schrijver, dichter en literatuurcriticus Kees ’t Hart (1944) (her)las de afgelopen jaargangen van het literaire tijdschrift Das Magazin.

‘Met een literair blad haal je een gevoel in huis. Het gevoel ergens bij te horen, ergens benieuwd naar je te zijn, iets adembenemends te mogen lezen. Verlangen naar vergezichten. En ook: verlangen naar deelname.’

Das Magazin is volgens ’t Hart er in korte tijd in geslaagd om dit deelname gevoel onder de lezers en fans met kracht te verspreiden. Hij benadrukt dat het magazine er altijd buitengewoon aantrekkelijk uitziet, minder streng en met extra boekjes erbij. Daarnaast onderscheidt Das Magazin zich van andere tijdschriften met laagdrempelige en ironische teksten over de achtergrond van het blad, zoals: ‘Onze literaire tempel wordt paniekerig overeind gehouden door..‘, gevolgd door een lijst met sponsors. Het is natuurlijk ironie om de woorden ‘literaire tempel’ in te zetten, maar volgens ’t Hart weten de lezers van Das Magazin wel degelijk dat de redactie deze woorden zeer serieus neemt.

Das Magazin heeft dus iets onbevangens en aantrekkelijks. Dit heeft te maken met het feit dat het blad een fictie overeind houdt. Je weet dat het fictie is, maar vindt dit tegelijkertijd ook niet erg. ’t Hart legt uit dat Das Magazin werkelijk een tempel wil zijn waarin literatuur wordt geofferd en wordt aanbeden: ‘…geen gesomber, geen polemiek, geen gemierenneuk, geen uitsluitingen van ‘vijanden’, iedereen kan meedoen, al moet je dat natuurlijk maar afwachten als je iets instuurt.‘ Daarnaast valt op dat Das Magazin nauwelijks tot geen advertenties bevat. Het is blijkbaar goedkoop en de makers willen liever niet de indruk geven van ‘zelf verklarende’ kenners onder elkaar. Hun motto is: Kom erbij! Deel je geloof in literatuur met ons!

’t Hart ziet dus dat Das Magazin probeert een literaire gemeenschap met elkaar samen te brengen. Deze gemeenschap bestaat uit liefhebbers, beginners en professionals uit het vak. Dit proberen ze te bereiken zonder rare uitspraken en lange verklaringen over hoe het verder in de literatuur moet gaan. Neem bijvoorbeeld het engagement in de literatuur. ’t Hart neemt als voorbeeld een brief van oprichter Daniël van der Meer waarin hij helemaal afrekent met dit ‘zogenaamde engagement’. Die heeft namelijk zijn tijd wel gehad. Wat ze wel willen zijn goede verhalen, vrolijke bijeenkomsten en zelfs een hele camping vol met literatuurliefhebbers. Je hoeft niet mee te doen, maar als je zin hebt ben je welkom: ‘ Das Magazin heeft gewoonweg geen programma en maakt daarvan een programma.’

En succes heeft Das Magazin zeker. Het blad is opgericht in 2011 en groeit nog steeds, met vele liefhebbers maar ook mensen die eigenlijk niets van het blad moeten hebben. Das Magazin krijgt veel nieuwe leden, organiseert leesclubs met veel enthousiastelingen en gezellige literaire avonden en dit alles met de instelling van een amateur. Een amateur laat zich niet remmen door bijvoorbeeld praktische bezwaren, maar gaat tegen de richting in: ‘Geen hoge drempels, geen prietpraat over wat deugt in de literaire kerk, geen uitsluitingen. Jonge leesfans, ja, ze zijn er, en oude leesfans (zoals ik), kunnen er zich thuis voelen.’

‘De redacteuren/initiatiefnemers vervangen de traditionele metafoor van het ‘tijdschrift als orgaan’ door de metafoor van ‘het tijdschrift als community’. – Thomas Vaessens en Lara Delissen. In: Spiegel der letteren, nummer 56.

Ook lezers die niet meteen een meesterwerk van bijvoorbeeld Jonathan Franzen willen lezen, zijn van harte welkom bij Das Magazin. Het blad doet niet aan boekbesprekingen, laat staan dat ze mensen oordelen. Met dit clubgevoel hebben de oprichters toch iets groots bereikt, al was het om een verlangen naar deelname te vervullen. Lid zijn van Das Magazin betekent dat je bij de club hoort en je wilt echt niet de boot missen! Een bijkomend verschil met andere bladen is dat Das Magazin zo divers mogelijke bijdragen probeert op te nemen. Van oude schrijvers naar amateurs, mannen, vrouwen, beginnelingen, mensen die nooit hebben gedroomd van een schrijverscarrière en enthousiastelingen.

’t Hart legt uit dat Das Magazin wel degelijk weet dat je zonder programma het eigenlijk niet vol gaat houden, dus maakt het blad soms wel degelijk keuzes. En dat gaat niet altijd eenvoudig. In een uitgave uit 2014 maakte de redactie een top tien lijst met ‘beste verhalen van de tien beste jonge schrijvers uit Nederland en Vlaanderen’.  En daar gaat het al mis: de redactie maakte een selectie en dit betekent uitsluiting. Als je niet op deze lijst stond, was je dus niet goed genoeg. Toch had de redactie hier rekening mee gehouden. Het blad had namelijk de uitstraling van een deftig literair tijdschrift van vroeger en dus helemaal niet de ‘normale’ stijl van Das Magazin. Bovendien stelde de inhoud nauwelijks wat voor, meent ’t Hart: ‘De tien uitgekozen schrijvers bleken ver onder hun normale kunnen te hebben gewerkt. Ze bleken allemaal (op twee na) mee te deinen met de huidige mode in de Nederlandse literatuur.‘ En dan hebben we het over de vele geïsoleerde personages die ongelukkig zijn en het niet meer zien zitten. Gelukkig was dit eenmalig, want de volgende uitgave was weer als vanouds: speels, vrolijk, kwalitatief ongelijk, slechte en meeslepende verhalen, gedichten en beschouwingen.

Ondanks de positieve woorden van ’t Hart over Das Magazin, plaats hij toch een aantal kanttekeningen. De Nederlandse romankunst en poëzie zitten volgens hem in de verdediging. Er ontbreekt een goed debat over inhoud en verlangen in de literatuur. In Das Magazin doet schrijver Joost de Vries een aantal pogingen om kanttekeningen bij inhoud en vorm van de huidige prozakunst te plaatsen, maar hij krijgt weinig respons en schrikt volgens ’t Hart terug van de groepsvorming. Er is geen sprake meer van een vooroplopende groep provocerende schrijvers die oproept tot vernieuwing en ambitieuze romans schrijft. ’t Hart zou het mooi vinden als er weer zo’n groep komt en als de strijd over inhoud en stijl weer ontbrandde. Volgens hem trekken jonge schrijvers zich tegenwoordig alleen maar terug in hun eigen wereld en gebied. Ze komen niet verder dan het aankaarten van bijvoorbeeld identiteitsproblemen: ‘De grote greep en de verwilderde stijl ontbreekt.’ Das Magazin ontwijkt ook discussies over stijl en inhoud en kiest liever (met succes!) voor diversiteit en een opgewekt literair gevoel. Op langere termijn zal het volgens ’t Hart toch weer moeten aankomen op keuzes en debat, omdat literatuur niet zonder kan.

Bronnen
Kees ’t Hart (2015). Verlangen naar deelname. In: De Groene Amsterdammer. 11-11-2015
Omschrijving Das Magazin van de website Voor de Kunst

Reacties

3 comments on “Het tijdschrift dat verlangen naar deelname oproept”
  1. just read schreef:

    Roept het blad ook bij jou dat verlangen naar deelname op?

    Liked by 1 persoon

    1. Anna Husson schreef:

      Nee, bij mij niet. Ik lees het blad weleens, maar het roept bij mij geen verlangen naar deelname op. Bij jou?

      Like

  2. just read schreef:

    Nee, niet meer. Ik kan me wel vinden in wat Kees ’t Hart schreef: te weinig debat.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s