Waarheid is net een toverbal die van kleur verandert #5

Vorige delen gemist? Lees de inleiding, deel twee over het grensverkeer en ironie, deel drie over Grunbergs oneliners en deel vier over Grunberg in het publieke debat

Het beeld dat in de media over Grunberg is gecreëerd, wordt ook beïnvloed door de auteur zelf in interviews en werk. In vele interviews en televisieoptredens die Grunberg doet, formuleert hij bewuste antwoorden. Grunberg weet vaak veel van het desbetreffende onderwerp af. Het proces is dus het vormen van een beeld dat zich in de loop der jaren in de media en rondom het literaire werk van Arnon Grunberg heeft voltrokken. Soms is Grunberg erg open in zijn interviews, maar vaker speelt hij een spel met het publiek. Hij speelt een rol die het publiek enerzijds graag wil zien, maar anderzijds zijn er ook mensen die hem niet kunnen uitstaan.

Het is bijvoorbeeld lastig om uit te zoeken of Grunberg in een negatieve zin is beïnvloed door zijn Joodse verleden of dat deze geschiedenis juist een positieve invloed heeft gehad op zijn carrière als schrijver. We kunnen slechts vermoeden dat deze gebeurtenissen traumatisch zijn geweest, omdat Grunberg Joodse personages altijd absurde helden zijn. Yra van Dijk merkt op dat Grunberg bepaalde onderwerpen, zoals zijn Joodse verleden, van beslissende invloed zijn op zijn schrijverschap. Volgens haar is dan de vraag hoe iemand rekenschap geeft aan die invloed van Grunbergs persoonlijke geschiedenis, zonder zijn oeuvre te reduceren tot louter tweede generatie-literatuur. Grunberg is volgens Van Dijk een auteur die zich verzet tegen zulke stempels op zijn werk. Dat gaat samen met het eerder genoemde stempel ‘postmodern’ dat Grunberg niet graag hanteert. Van Dijk merkt ook op dat het moeilijk is om een onderscheid te maken tussen de auteur, wat zijn teksten kenmerken en wat het schrijverschap kenmerkt in het publieke debat. In de theorie en de praktijk lopen de drie vaak door elkaar heen.

Grunberg zet dus vaak een masker op. Wie hij dan representeert of wat wij kunnen geloven van wat hij zegt, is moeilijk. Grunberg heeft een autonome functie als schrijver en zegt tegelijkertijd dat hij de media liever mijdt. Hier lijkt het alsof hij het klassieke auteurschap aanhoudt. Toch zien we ook een schrijver die de media juist op zoekt door provocatieve uitspraken te doen. Steeds vaker zien we hem ook als spreker bij conferenties en bijeenkomsten en probeert hij het publiek kennis bij te brengen. Grunberg is dus ook een schrijver die een zoektocht houdt naar de waarheid. Hij wil de realiteit van de wereld en werkelijkheid beschrijven. Een publieke intellectueel wil ook de waarheid achterhalen en het publiek kennis bij brengen.

Geregeld worden er uitspraken gedaan door recensenten over de schrijver. Grunberg zou zelf zijn personages vertolken in zijn boeken en hij zou zelf prominent aanwezig zijn in zijn literaire werk. Als Arnon Grunberg zijn eigen personages vertolkt in zijn literaire werken, is dit misschien een literaire strategie om zijn werk te verkopen. De laatste paar maanden is Grunberg ook bezig met het verbeteren van zijn schrijfkwaliteiten, voornamelijk zijn creativiteit. In plaats van onderzoek doen naar andere mensen, doet hij het dit keer naar zichzelf:

 ‘Wat gebeurt er als ik aan het schrijven ben? En waarin verschilt die activiteit van andere activiteiten, zoals ruzie maken met de treinconducteur of flirten met een bejaarde dame in de sauna? Ik ben benieuwd wat lezers werkelijk ervaren bij het lezen van een boek van mij’, zegt Grunberg. Ik vermoed dat de reële ervaring anders is dan het verslag en de reflectie over die ervaring.’[1]

Dit is een ironische uitspraak van de schrijver. Hoewel Vaessens en Buelens concludeerden dat de ironische schrijver zo goed als weg is, zien we hier toch weer een uitspraak die anders doet denken.

Arnon Grunberg begon als extreem ironisch schrijver en is inmiddels bijna een moralist te noemen. Het is echter duidelijk dat Grunberg wel degelijk nog gebruik maakt van het stijlmiddel ironie. Grunberg schrijft steeds meer met een soort urgentie tegenover het publiek, maar wij kunnen dus niet concluderen dat dit zonder enig spel is. Hij is ook nog op zoek naar een stem, een toon die eigen is. Zijn romans verschillen nog te erg, maar zijn leven en schrijven overlappen elkaar en dat is heel erg gericht op het publiek.

Grunberg manifesteert zich dus als auteur en tegelijkertijd schakelt hij de media in om zich te positioneren. Dit doet hij bijvoorbeeld ook door bepaalde relletjes en sensatie te creëren, maar ook door als columnist en polemist structureel aanwezig te zijn in de media. Een voorbeeld van een rel die Grunberg zelf heeft gecreëerd, is de aanval op A.F.Th. van der Heijden in de vorm van een open brief waarin hij zijn collega schrijver geheel de grond inboorde:

Uit uw dagboeken weten we dat uw ware interesse beperkt blijft tot uw stoelgang en uw dagelijks broodje roerei. De rest is typografie. Mag ik u het beste wensen?’ [2].

Beide auteurs waren bereid om bijvoorbeeld in Pauw en Witteman zichzelf te verdedigen ten opzichte van de ander. De auteurs weten als geen ander dat ze moeten overleven in de commerciële media. Deze ruzie tussen twee belangrijke auteurs in het Nederlandse literaire veld gebruikten ze beide voor publiciteit. Dit conflict tussen de twee auteurs heeft ook te maken met het sterrenimago waar Franssen naar verwees.

Recent is er een groep schrijvers die in hun werk morele, politieke en sociale onderwerpen centraal stellen (Heynders, 2009). Onder deze categorie valt Arnon Grunberg. We spreken over een Grunberg die de wereld iets wilt leren, die zijn lezers iets te vertellen heeft en die in zijn literaire teksten over de wereld nadenkt. We zien een veelzijdige schrijver die zich dan weer ontpopt als mensenkenner, dan weer als journalist, filosoof of theoloog. Hij wil graag zich opstellen als publieke intellectueel om op deze manier voorbij het postmodernisme te gaan. Het is opvallend dat Grunberg autonoom wil blijven, maar aan de andere kant ook de positie als publieke intellectueel wil te behouden. Om te ontsnappen aan de bedreiging van een autonome positie moet hij zich mobiliseren. Hij wil met rust gelaten worden om vanuit daar zich toch met de politiek te bemoeien.

Sander Bax heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de publieke intellectueel Harry Mulisch in De Mulisch Mythe. Op sommige vlakken lijkt Grunberg op Mulisch. Beide schrijvers worden door hun hele loopbaan gedreven om antwoorden te vinden op vragen die spelen in hun eigen tijd. Deze vragen worden niet alleen beantwoord door het maken van een essay, maar door een andere strategie. Namelijk het experimenteren met rollen. De ene keer zien we de schrijvers die verslag doen van bepaalde maatschappelijke kwesties. Hier nemen zij dus de rol in van de journalist. De andere keer bespreken ze filosofische kwesties die ze te vertalen naar het publiek of verwerken in hun romans. De rollen wisselen elkaar elke keer af.

Het grootste verschil tussen Mulisch en Grunberg is de relatie tussen non-fictie en fictie in hun werk. Volgens Bax heeft Mulisch herhaaldelijk in interviews en essays benadrukt dat het onderscheid tussen non-fictie en fictie voor hem cruciaal was. Voor de woorden van de ik-figuur in non-fictieteksten wilde Mulisch zelf verantwoordelijk worden gehouden. De ik-figuur in een roman daarentegen beweegt zich in een wereld waar alles vrijblijvend is van de fictie. Daartegenover staat Grunberg die geen verschil tussen fictie en non-fictie wil maken. Hij stimuleert beginnende schrijvers ook om geen verschil te maken tussen de twee:

 ‘Het is onontkoombaar dat al je romans zullen worden beschouwd als autobiografisch proza. Er zit derhalve niets anders op dan dit valse beeld te gebruiken en jezelf opnieuw uit te vinden’ [3]

Of deze uitspraak gemeend en ook realistisch is, blijft de vraag. Toch vind ik het van belang om deze uitspraken te onderzoeken, omdat er soms aanwijzingen zijn die ons kunnen vertellen hoe de schrijver in het publieke debat zich positioneert.

De functie van het beschrijven van de werkelijkheid ligt ook anders bij de twee schrijvers. Volgens Bax rekende Mulisch non-fictionele teksten tot de wereld van verandering. Het zijn teksten die gaan over de werkelijkheid en de schrijver treed erin op als de ik-figuur die verantwoordelijkheid neemt voor wat hij zegt. In fictionele teksten creëert de auteur volgens Mulisch een werkelijkheid en die vormt een wereld van stilstand, alles ligt vast. Voor Grunberg hoeft de schrijver niet te beleren en noch te verontrusten. Maar de geschreven werkelijkheid is wel de verantwoordelijkheid van de schrijver:

 ‘Wie een prachtig gedicht schrijft over de dood van zijn moeder, doet er goed aan zijn moeder thuis te laten bij de voordracht van deze tekst. Speel het spel mee met de zichzelf bedriegende lezers. Heb geen medelijden met hen; wie de werkelijkheid wenst te herkennen in een verzameling leugens doet dat voor eigen rekening.’[4]

En deze werkelijkheid bestaat er uit om mensen te kwetsen, of hij is in ieder geval niet bang om de werkelijkheid te beschrijven ook als het mensen toevallig kwetst. Voor Grunberg moet de schrijver niet bang zijn om de menselijke soort te laten zien hoe ze echt in elkaar steekt. De werkelijkheid bestaat dan ook niet zonder de absurde held die tegen de massa in gaat. Anders dan in een non-fictie tekst gaat de roman niet over de werkelijkheid, maar creëert Arnon Grunberg zijn eigen werkelijkheid en wereld waarin eigen wetten gelden. Die wetten keren terug met elke roman. Hoewel men verwacht dat de personages van romans niet samenvallen met de schrijver, is dat bij Mulisch en Grunberg wel het geval. Hetzij bij Mulisch duidelijker, omdat hij in zijn romans herhaaldelijk figuren laat opdraven die overeenkomen met elementen uit zijn eigen biografie. Grunberg daartegenover plaatst zich duidelijker in zijn romans, zoals de journalist in Onze oom die de suggestie geeft dat dit Grunberg zelf is.

Grunberg weet dus dat hij een rol speelt die niet alleen gebaseerd is op het schrijven van literaire werken. Hij vormt het middelpunt van zijn eigen schrijverschap. Soms is hij terughoudend in het publieke debat, maar het is nooit stil rondom de schrijver. Een verwarring wekte hij laatste nog toen hij zijn eigen moeder als studieobject en onderwerp voor een roman wilde maken. Hij ging weer even in Nederland wonen om zich voor te bereiden op het schrijven van een roman over zijn verleden met zijn moeder. Hij is en blijft een schrijver die een ongrijpbare mythe vastlegt.

Bronnen
[1] In: De Volkskrant, 15-11-2013. Arnon Grunberg laat creativiteit meten. Ontleend van: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3352/boeken/article/detail/3544992/2013/11/15/Arnon-Grunberg-laat-creativiteit-meten.dhtml

[2] Ontleend van: http://papierenman.blogspot.nl/2007/10/arnon-grunberg-en-afth-van-der-heijden.html op 21/08/2017

[3] Interview met Arnon Grunberg door Maria Foerier (2013). Schrijfles van Arnon Grunberg.

[4] Interview met Arnon Grunberg door Maria Foerier (2013). Schrijfles van Arnon Grunberg.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s